Geestelijke acrobatiek en 'woord van God'

Ik ben er dol op wanneer dingen die ik schrijf reactie oproepen. Hoewel ik mij bij mijn eerste blog behoorlijk ingehouden heb, ik wilde liever een echt eerlijk verhaal schrijven dan reactie uitlokken, riep ook dit eerlijke verhaal reactie op. Dat lees ik met een glimlach op de lippen. Gelukkig was er ook nog sprake van zorg voor mij zielenheil:

“Maar uiteindelijk is niet de vraag of je elk vermeende tegenstrijdigheid kunt verklaren, maar of je het Woord van de Heere wil aannemen. Aanvaard je de Woorden van de Almachtige Schepper van Hemel en Aarde op gezag, in geloof, of slechts alleen als je Hem met jouw begrip en verstand helemaal kunt narekenen. Buigen wij ons voor de hoogste majesteit, of plaatsen we onszelf erboven.”

Als christen lees ik vanzelfsprekend de bijbel, niet af en toe maar gestructureerd en regelmatig. Juist ook omdat ik gek ben op de bijbel. Op sommige momenten kan ik hier helemaal verliefd op worden. En op andere momenten sta ik inderdaad op het punt deze met een vloeiende beweging uit het raam te gooien. Als was het maar omdat ik de bijbel soms niet meer begrijp, ondanks al mijn inspanningen. En inderdaad, de bijbel bevat veel woorden van God, zoals bijvoorbeeld in Genesis 1. Maar is de hele bijbel ook het ‘woord van God’? Ook de duivel spreekt in de bijbel, en verder demonen, Achab, duivelsbezweerders, slangen, ezels en onnoemelijk veel anderen. Dat de duivel een andere visie heeft dan God hoeft daarbij niet zo verrassend te zijn.

De term ‘woord van God’ is simpelweg niet op de hele bijbel van toepassing, hoewel ik wel achter de gedachte sta dat God in en door verschillende bijbelboeken spreekt. Maar ook Paulus spreekt, in zijn brieven en in Handeling, Johannes doet dat in zijn (veronderstelde) drie brieven. David spreekt weer door veel van de psalmen. Job en zijn vrienden komen aan het woord in het boek Job, spreken elkaar daar tegen, toch zou het allemaal woord van God zijn. Het is daar het woord van de verteller, het woord van God, het woord van Job, het woord van verschillende van zijn dienaren (de rest is dood, omdat God dat volgens het verhaal toestond), het woord van Jobs vrouw, het woord van Elifaz, het woord van Bildad, het woord van Sofar en het woord van Elihu. En al deze woorden leren ons wel veel over God en dat zij in de bijbel thuishoren kan heel goed beargumenteerd worden. Maar om heel de bijbel als ‘Gods Woord’ te bestempelen is ontzettend veel theologische acrobatiek nodig, om nog maar niet te spreken van hermeneutische (de methode van interpreteren) oogkleppen. Met die theologische acrobatiek krijgt het de bijbel niet meer gezag, eerder het tegenovergestelde.

Juist omdat ik veel waarde hecht aan wat God zegt en de bijbel voor mij de eerste bron is waaruit God tot mij spreekt, probeer ik erg voorzichtig te zijn mijn eigen ideeën op de bijbel te projecteren, ook die over de feilbaarheid (of juist niet) daarvan. Wanneer je een tekst leest, dan geef je die tekst betekenis. Dat is de interpretatie achteraf. Maar voordat je die tekst gaat lezen, bepaal je al, bewust of onbewust, hoe je de tekst gaat lezen. Dat is interpretatie vooraf. Als je de bijbel leest met een bril waarmee je probeert  van tegenstrijdigheden schijnbare tegenstrijdigheden te maken, dan heb je volgens mij veel theologische lenigheid nodig. Ik zou veel te bang zijn daarmee de bijbel in mijn theologische keurslijf te dwingen en daarvoor is de bijbel mij te veel waard.

Abonneer op Credible.nl Bijbeltekst van de dag