Spring naar bijdragen

ZENODotus

Members
  • Aantal bijdragen

    611
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Over ZENODotus

  • Rang
    CrediGup

Profile Information

  • Religie
    Christen

Recente profielbezoeken

1222 profielweergaven
  1. ZENODotus

    De drieëenheid voor Nicea

    Het klassiek Grieks kent geen onbepaalde lidwoorden, wel bepaalde lidwoorden. Maar om meteen alle woorden waar een bepaald lidwoord ontbreekt te vertalen met onbepaald lidwoord gaat te ver... Ook de NWV is hier niet consequent in. We merken hier allereerst het gebrek aan een bepaald lidwoord op tussen ἐν en ἀρχῇ, wat trouwens ook het geval is in Gen 1,1 LXX. Maar dat wil niet zeggen dat meteen ἀρχῇ ook onbepaald bedoeld is. Vaak bij het gebruik van voorzetsels wordt er geen bepaald lidwoord gebruikt bij de zelfstandige naamwoorden, terwijl het wel als bepaald bedoeld is, vooral in het geval voor voorzetselbepalingen. Het feit dat het in de NWV hier tussen vierkante haken wordt geplaatst is dus overbodig. Dat hier ἐν wordt gebruikt in plaats van ἀπό lijkt tevens aan te duiden dat de schrijver hier niet doelde dat het Woord in het begin ontstond, maar de status van het woord aan het begin wilde beschrijven. Met andere woorden hier wordt niet de geboorte of schepping van het Woord mee aangeduid. Dan zou de schrijver ook in plaats van ἦν (εἶμι) ook het werkwoord ἐγένετο (γίνομαι) gebruikt hebben.1 De tweede regel van dit vers luidt: καὶ ὁ λόγος ἦν πρὸς τὸν θεόν. πρός is vrij moeilijk te vertalen naar onze hedendaagse talen omdat het geen statisch woord is. Met het accusatief drukt het beweging naar uit. Als het vergezeld gaat met een statisch werkwoord dan ontkent het de overgankelijke kracht van het voorzetsel. Morris stelt dan ook dat als we het voorzetsel hier letterlijk nemen, het betekent: “the Word was toward God”.2 Het belangrijkste in de vertaling is natuurlijk het derde deel van het vers: θεὸς ἦν ὁ λόγος, waar opvalt dat bij θεός het bepaald lidwoord ontbreekt. Volgens Harris komt θεός in het Johannesevangelie 83 keer voor waarbij 20 keer zonder het lidwoord. Van die 83 keer lijkt in vier gevallen niet verwezen te worden naar de Vader: in 1,1; 1,18; 10,34-35 en 20,28. De schrijver lijkt echter in vers 1 geen duidelijk onderscheid te willen maken tussen ὁ θεὸς en θεός (als tussen de Vader en de Zoon). Zo zien we in het Johannesevangelie dat in voorzetselbepalingen θεός 22 keer voorkomt, waarvan 12 keer met een bepaald lidwoord, en tien keer zonder. Ook is er geen consistentie in het gebruik van het bepaald lidwoord bij de voorzetsels παρά en ἐκ.3 Als men naar de vertalingen kijkt dan merkt men ook meteen dat de woorden omgedraaid worden. λόγος die als laatste in het Grieks wordt vermeld, wordt het eerst vermeld in de Nederlandse vertalingen. De schrijver kan dan ook een onderscheid hebben willen maken tussen onderwerp en gezegde. Dit wordt benadrukt in “Basics in Biblical Greek” van Mounce, waar de schrijver expliciet stelt: “Its emphatic position stresses its essence or quality: “What God was, the Word was” is how one translation brings out this force. Its lack of a definite article keeps us from seeing the person of the Word (Jesus Christ) as completely identical with the person of “God” (the Father). That is to say, the word order tells us that Jesus Christ has all the divine attributes that the Father has; lack of the article tells us that Jesus Christ is not the Father..”4 Een andere reden voor het ontbreken van het lidwoord is de regel van Colwell die luidt: “A definite predicate nominative has the article when it follows the verb; it does not have the article when it precedes the verb.” Colwell verduidelijkt: “If the context suggests that the predicate is definite, it should be translated as a definite noun in spite of the absence of the article” en “in the case of a predicate noun which follows the verb the reverse is true; the absence of the article in this position is a more reliable indication that the noun is indefinite.”5 Toch was Colwell niet zo zeker dat zijn regel in dit vers opging, zoals velen denken: “The opening verse of John’s Gospel contains one of the many passages where this rule suggests the translation of a predicate as a definite noun. καὶ θεὸς ἦν ὁ λόγος looks much more like “and the word was God” than “and the word was divine” when viewed with reference to this rule. The absence of the article does not make the predicate indefinite or qualitive when it precedes the verb; it is indefinite in this position only when the context demands it. The context makes no such demand in the Gospel of John, for this statement cannot be regarded as strange in the prologue of the gospel which reaches its climax in the confession of Thomas.”6 Volgens Harris maakt de regel van Colwell in dit vers de fout door er verkeerdelijk vanuit te gaan dat de bepaaldheid en de kwaliteit elkaar uitsluiten, dat als θεός kan getoond worden als met het bepaald lidwoord door de principes van woordvolgorde dat dit automatisch uitsluit dat het kwalitatief zou kunnen zijn in zin.7 Colwell biedt dus niet geheel uitsluitsel over hoe dit vers vertaald zou moeten worden. Een probleem dat zich duidelijk al eerder stelde want zo bevat b.v. de Codex Regius, een handschrift uit de achtste eeuw, wel het bepaald lidwoord bij θεὸς, zodat hier alle vraagtekens meteen werden weggenomen. Velen gaan er dan ook van uit dat Johannes hier niet bedoelde de Zoon gelijk te stellen aan de Vader, maar dat Johannes Jezus kwalitatief wilde beschrijven. Moulton stelde dan ook: “For exegesis, there are few of the finer points of Greek which need more constant attention than this omission of the article when the writer would lay stress on the utility or character of the object.”8 Het probleem is hier echter dat als we het zouden vertalen met “en het woord was goddelijk”, hiervoor een expliciet woord bestaat in het Grieks en zou dan ook de schrijver van het Johannesevangelie niet eerder geput hebben uit die woordenschat? Dan zou hij waarschijnlijker θεῖος (wat gebruikt wordt in 2 Petr 1,4) 9 of του θεοῦ gebruikt hebben. Daarom is Morris ook heel duidelijk als hij zegt: “John is not merely saying that there is something divine about Jesus. He is affirming that he is God, and doing so emphatically as we see from the word order in the Greek.”10 Beduhn, die echter wel laat uitschijnen een unitariër te zijn, stelt dat men in eerste plaats kwam tot de zinsnede “Het woord was God”, in de KJV door vooral naar de Latijnse Vulgaat te kijken (et Deus erat Verbum). In het Latijn bestaat er noch een bepaald, noch een onbepaald lidwoord. De andere Engelse vertalingen zouden hier in feite gewoon de denkwijze van de KJV hebben gekopieerd. De redenaties om de vertaling: “Het woord was God” te rechtvaardigen, zijn dus in feite allemaal redenaties a posteriori. Maar de argumenten van Beduhn zijn niet overtuigend omdat in het Latijn niet duidelijk is welk woord nu het onderwerp en welk woord het gezegde zou zijn, daar beide zelfstandige naamwoorden geen bepaald lidwoord hebben. Beduhn is ervan overtuigd dat het kwalitatieve gebruik van θεὸς, namelijk “goddelijk” hier de beste vertaling zou zijn, maar dat van de Engelse vertalingen de vertaling van de NWV het beste het oorspronkelijk Grieks weergeeft.11 Ook Harner die Beduhn in zijn werk citeert geeft hem hierin gelijk. Harner geeft namelijk enkele alternatieve schrijfwijzen van dit vers, en als Johannes wilde zeggen “Het woord was God”, had hij kunnen schrijven o θεὸς ἦν ὁ λόγος, maar dat deed hij niet. Als hij wilde zeggen “Het woord was een God” had hij kunnen schrijven ὁ λόγος ἦν θεὸς, maar ook dat deed hij niet.12 In plaats daarvan gebruikte Johannes een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord en plaatste dit voor het werkwoord. Volgens Harner wijst dit erop dat Johannes niet onbepaald of bepaald in dit vers wilde laten uitschijnen, maar in karakter en kwaliteit.13 Beduhn haalt vervolgens Luc 20,38 aan waar in het Nederlands te lezen valt: “Hij is geen God van de doden...” in het Grieks luidt dit echter: “θεὸς δὲ οὐκ ἔστιν νεκρῶν...” Hier gaat het gezegde het koppelwerkwoord vooraf en ontbreekt het bepaald lidwoord bij θεὸς, maar niet vanwege de regel van Colwell, maar simpelweg omdat θεὸς hier onbepaald is, aldus Beduhn.14 Maar de vergelijking met Joh 1,1 gaat hier echter niet op omdat in Luc 20,38 het onderwerp geen zelfstandig naamwoord is. Het lijkt mij dan ook dat Beduhn niet vrij van dogma is bij het bepalen waarom dit vers beter zou vertaald zijn in de NWV dan in andere Engelse vertalingen. Zijn argumenten zijn vrij zwak. Toch is er een vrij grote consensus dat hier met θεὸς niet de Vader wordt bedoeld maar om dan maar meteen van Jezus “een god” te maken lijkt te ver te gaan. 1Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 57 2Leon Morris, The Gospel according to John, The New International Commentary on the New Testament, Grand Rapids MI, Eerdmans, 1995, p. 65 3Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 55 4William Mounce, Basics of Biblical Greek, Grand Rapids MI, Zondervan, 2003, p. 27-28 5E. C. Colwell, A definite rule for the use of the article in the Greek New Testament, in Journal of Biblical Literature, 52, 1933, p. 20 6Ibid. p. 21 7Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 62 8James Hope Moulton, Nigel Turner, A grammar of new Testament Greek, Edinburgh, T & T Clark, 1976, p. 83 9Dat wordt ook bevestigd door Raymond Brown, Does The New Testament Call Jesus God?, in Theological Studies 26,1, 1965, p. 564 10Leon Morris, The Gospel according to John, in The New International Commentary on the New Testament, Grand Rapids MI, Eerdmans, 1995, p. 68-69 11Jason David Beduhn, Truth in translation: Accuracy and Bias in English Translations of the New Testament, New York, University Press of America, 2003, p. 116 12 Maar volgens Bieringer klopt Harners redenatie hier grammaticaal niet. 13Philip B. Harner, Qualitative Anarthrous Predicate Nouns: Mark 15:39 and John 1:1, in Journal of Biblical Literature, 1 March 1973, Vol 92 (1), p. 84-85 14Jason David Beduhn, Truth in translation: Accuracy and Bias in English Translations of the New Testament, New York, University Press of America, 2003, p. 126
  2. ZENODotus

    Abortus

    Helaas voor jou is het nu eenmaal zo zwart wit niet... Het formulier dat de kliniek verstrekte was niet het officiële formulier dat ze moesten invullen voor de staat (kan ook niet, want dat zijn vertrouwelijke documenten, ik zou het nogal leuk vinden als mijn dokter zomaar gegevens van mij aan de media zou gaan overdragen), het was een intern document van de kliniek die gelekt werd door de kliniek zelf en die door iedereen heel gemakkelijk samengesteld kan worden. Let wel, ik spreek me hier niet uit over gelijk of ongelijk, gewoon over het zwart-wit beeld dat men denkt te kunnen verzilveren door het lezen van een artikel.
  3. ZENODotus

    Hoe we aan de Bijbel gekomen zijn

    Ironisch genoeg weerleg je helemaal niets... Jezus heeft geen wetenschappelijke verhandeling geschreven over Jesaja, enkel geciteerd uit het boek dat zijn naam draagt. Je gaat dus vooral uit van je eigen inlegkunde, het is trouwens bijzonder beter te weerleggen zonder aan inlegkunde te doen en je uitsluitend op tekstkritiek te baseren... Ik zou zeggen lees dus even de fundamentals in plaats van me partieel en uit context te citeren.
  4. ZENODotus

    Hoe we aan de Bijbel gekomen zijn

    Zoals al gesteld zijn er bijzonder veel boeken over dit onderwerp en is dat zowat het eerste wat je leert als je een theologische studie aanvangt... Verder vond ik deze zin interessant, omdat dat juist niet de consensus is. Over het algemeen wordt Jesaja op zijn minst aan drie verschillende personen en drie verschillende tijdsperiodes gebonden, jesaja, deutero-jesaja en trito-jesaja genoemd... Maar natuurlijk blijven het hypotheses die op tekstkritiek gebaseerd zijn, vooral de taal en het onderwerp spelen hier een rol in, het is dan ook geen exacte wetenschap... Meestal is het wel zo dat de werken niet omvattend zijn. Dus dat ze van elk boek alle theorieën zullen geven, die daaromtrent gaan. Zo zal je in een boek over de pentateuch wel alle theorieën over de bronnenhypothese krijgen (beginnende ongeveer rond Spinoza die stelde dat Mozes onmogelijk het einde van Deuteronomium kan hebben geschreven, want toen was hij dood), maar gaan ze je niet vertellen over het synoptisch probleem in de evangeliën... Een heel toegankelijk boek over het Oude Testament hieromtrent is b.v. "Oud maar niet verouderd" van Hans Ausloos... Verder wil ik ook even The fundamentals aanraden, dat is al een iets ouder werk (die trouwens vrij te vinden is op het Internet) die de basis vormt om bepaalde groepen fundamentalisten te noemen trouwens... Deze serie gaat dus wel niet uit van de wetenschappelijke consensus, maar gaat daar juist tegenin.
  5. ZENODotus

    Nibiru

    Ik denk dat cirkel nog steeds de beste vertaling is voor חוּג. Dat is ook de vertaling die over het algemeen in het Engels aan het woord wordt gegeven in Js 40,22. Twot zegt wel: "some have held that Isa 40:22 implies the sphericity of the earth. It may, but it may refer only to the Lord enthroned above the earth with its obviously circular horizon. Note the remarkable concept given in Job 26:7." Maar let vooral op de voorwaardelijke wijs waarop het beschreven wordt. Ook Holladay lexicon stelt onomwonden: "µûg h¹°¹reƒ, the earth conceived of as a disk" Vorig nummer van Acts and facts van de ICR heeft er trouwens een artikel aan gewijd, en ook zij menen dat חוּג niet noodzadelijk sfericiteit uitdrukt... Ook als je de twee andere citaten bekijkt waar חוּג wordt gebruikt in de Bijbel (Spr 8,27; Job 22,14), dan merk je dat cirkel beter lijkt aan te geven wat het wil zeggen dan bol of rond. Ook in de vertaling in de LXX heeft het meer weg van een cirkel dan van een sfeer of bol (γῦρος). Zelf snap ik niet zo goed het probleem waarom men het bijna een halsmisdaad beziet om er minder in te zien dan een sfeer. De Bijbel is geen wetenschappelijk boek, geschreven door een groep mensen die hun ideeën hadden die gesitueerd moeten worden in de tijd van het schrijven, niet in de tijd van nu, dat maakt het boek niet ongeloofwaardig, want dan zou je de tekst bijzonder te kort doen.
  6. ZENODotus

    Satan is Lucifer

    De mijter heeft zijn oorsprong in het judaïsme (van Aäron) en is gedurende de eeuwen tot rond de 14de eeuw iets meegegaan met zijn tijd, vooral de hoofdtooi van koningen. (één van de bronnen: The Evolution of the Mitre. FEASEY, HENRY PHILIBERT. The Reliquary and illustrated archaeologist : a quarterly journal and review devoted to the study of early pagan and christian antiquities of Great Britain; London Vol. 10, (Apr 1904): [74]-82.) Om er de omgekeerde vis van het DAgonisme in te zien moet je veel fantasie hebben.
  7. ZENODotus

    Theologie studeren naast studie

    dag Sanderf, de eta biedt cursussen in afstand (en op locatie) aan, ze pleiten HBO niveau vol te houden, en verschillende van hun cursussen kunnen ingebracht worden als EVC als je eventueel de studie theologie aan de ETF gaat studeren. Verder is er de ETS, die je doorheen de bijbel loodst in 4 jaar, ik weet niet hoe het zit in Nederland, maar in België zijn het gekwalificeerde leraars. Verder kun je in België zowel aan de ETF als aan de kuleuven een theologische opleiding volgen in afstandsonderwijs, de ETF is protestants de Ku Leuven is katholiek, dus dan hoef je je enkel te verplaatsen naar Leuven voor de examens, al dien ik de kanttekening te plaatsen dat je bij de ETF iets meer aanwezig moet zijn (zo is de zomerschool verplicht), en aan de KU Leuven zijn er bepaalde vakken die zogenaamd geen afstandsalternatief aanbieden, maar terwijl de professoren soms zeggen dat je om meer dan een voldoende te halen aanwezig moet zijn in de lessen, valt dat heel goed mee. (Het gaat hier vooral om filosofie, vreemd eigenlijk want het zijn vooral hoorcolleges, zelfs geen labo's, behalve de teksten dan, en Inleiding in de Islam is sinds twee jaar ook niet meer in afstand te volgen, maar je kreeg toch sowieso hetzelfde examen als de contactstudenten, dus veel is er niet veranderd). Een niet-beurs student betaalt in Belgie rond de 1000 euro voor een jaar studie aan rato 60 studiepunten. Misschien heb je hier wat aan.
  8. De duidelijkste tekst in Hebreeën die de goddelijkheid van Christus aankaart is Heb 1,8-9 waar staat: “Maar tegen de zoon zegt hij: ‘God, uw troon houdt stand tot in alle eeuwigheid, en de scepter van het recht is de scepter van uw koningschap. Gerechtigheid hebt u liefgehad en onrecht gehaat; daarom, God, heeft uw God u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.” Brown heeft aan dat het hier duidelijk om een citaat gaat uit Ps 45,6-7 (waarschijnlijk wordt hier in de NBV 45,7-8 bedoeld) waar staat: “Uw troon is voor eeuwig en altijd, o God, de scepter van het recht is uw koningsscepter, u hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken.” Brown klasseert deze verzen uit Heb als een tekst met een duidelijke godsaanspraak. Dat God hier dan ook een nominatief zou zijn (zoals het in de NWV vertaald is en zoals onderandere Westcott veronderstelde) acht hij onwaarschijnlijk. En wel omdat in de LXX het voorgaande vers zou luiden: “jouw wapens, o machtige, zijn gescherpt” (δυνατέ), Brown haalt ook aan dat het volgende vers van de Psalm: “De scepter van het recht is uw koningsscepter”, suggereert dat “troon” en niet “God” het onderwerp van de voorgaande regel is.1 Wel is het belangrijk hier op te merken dat enkele van de oudere manuscripten waaronder de Codex Sinaïticus, Chester Beaty papyrus 1 en Codex Vaticanus niet σου maar αὐτό gebruiken, waardoor het vers heel anders wordt: de scepter van het richt is zijn koningscepter”. Verschillende Bijbelgeleerden hebben dan ook aangenomen hierdoor dat ὁ̂ θεός uit het vorige gedeelte geen vocatief, maar een nominatief zou zijn, maar dat is zeker geen algemene consensus zoals we kunnen zien in het gecombineerd gebruik van ὁ̂ θεός in de vocatief met αὐτό in het volgende stuk, in Engelse Bijbels zoals de NASB en de NEB. Toch moet vermeld worden dat de overgrote meerderheid, ondanks de oude getuigen, voor σου opteren, waarschijnlijk vooral omdat dit in samenspraak is met zowel de MT als de Griekse vertaling van de LXX. Harris stelt dat het onwaarschijnlijk is dat met “Ὁ θρόνος σου ὁ θεός” “Jouw troon is God” bedoeld wordt in het licht van het gebruik van het bepaald lidwoord bij θεός, er zou namelijk geen lidwoord verwacht worden bij zo’n constructie. Ook “God is jouw troon” lijkt onwaarschijnlijk gezien de woordvolgorde en de ambiguïteit van het onderwerp omdat beide woorden (θρόνος en θεός) in de nominatief staan. Men zou dan eerder “ὁ θεός ὁ θρόνος σου” verwachten. Harris is het met Brown eens dat het parallellisme van de vers erna duidelijk maakt dat troon het onderwerp van de zin moet zijn.2 Toch zijn er enkele bedenkingen te plaatsen bij het idee dat in dit vers het nominatief als vocatief wordt gebruikt. Eerst en vooral als we kijken naar de context van de Psalm waaruit dit vers wordt geput, dan gaat het nergens in dit vers over God. Het is namelijk geschreven voor de koning van Israël, een vrij aards persoon dus. Toch zien we dat ook in vers 4 van deze psalm δυνατέ wordt gebruikt (machtige) waardoor rechtstreeks de persoon wordt aangesproken. In het NT is het gebruik van de nominatief voor de vocatief trouwens vrij zeldzaam, dit in tegenstelling tot de Psalmen waar het meer dan 60 keer voorkomt in de LXX. De overgrote meerderheid van de grammatici, commentators , auteurs van algemene studies en Engelse vertalers gaan er echter vanuit dat met ὁ θεός in vers 8 een vocatief bedoeld wordt. Ik neig het echter eens te zijn met de minderheid dat in dit vers beide mogelijkheden plausibel lijken, en dat het dus wel zo vertaald kan worden zoals het in de NWV vertaald is, maar dan zou een voetnoot naar de alternatieve vertaling niet misstaan. Het volgende vers is indien mogelijk nog moeilijker te interpreteren omdat daar tweemaal het woord God na elkaar voorkomt in de nominitatief.3 Het voornaamwoord σε in dit vers staat ook in de nominatief. Dus waarom zou de Hebreeënschrijver bij θεός tweemaal een nominatief gebruiken als hij geen vocatief in gedachten heeft voor één ervan? Dit wordt door verschillende exegeten inderdaad aangenomen en deze houden vol dat hier Jezus God genoemd wordt in twee opeenvolgende verzen.4 Ook Harris vindt deze aanname redelijk.5 Toch wordt deze aanname door weinige Engelse Bijbelvertalingen gedeeld.6 Er zijn namelijk enkele belangrijke redenen waarom de vertaling: “God, jouw God, heeft jouw gezalfd...” geprefereerd zou kunnen worden. Harris haalt het parallellisme aan tussen Ps 44:3c en 44:8b zowel in de LXX als in de MT, waar duidelijk is dat ὁ θεός in vers 3c niet vocatief kan zijn, waardoor het waarschijnlijk is dat ook in vers 8b het vers als een nominatief moet worden gezien. Verder worden in de psalmen constructies gebruikt zoals ὁ θεός ὁ θεός μου (Ps 21,2; 42,4) of ὁ θεός ὁ θεός ἡμῶν (Ps 66,7) en ὁ θεός ὁ θεός σου waar het elke keer in de Hebreeuwse MT om een nominatief gaat.7 1Raymond E. Brown, Does the New Testament Call Jesus God?, p. 562 2Harris (1992:203-204) 3ἠγάπησας δικαιοσύνην καὶ ἐμίσησας ἀνομίαν διὰ τοῦτο ἔχρισέν σε ὁ θεός ὁ θεός σου ἔλαιον ἀγαλλιάσεως παρὰ τοὺς μετόχους σου (vetgedrukt door de redactie) 4Waaronder Lünemann, Weiss, Kuss, Cullmann, Brown en zelfs Dunn. 5Harris, p. 218 6Harris noemt enkel de NEB en de REB, p. 219 7Ibid. p. 219
  9. ZENODotus

    Waarom geloof je

    Ik weet niet hoe of door wat ik gelovig ben geworden... Ik was het als kind al... Mijn moeder was gelovig maar deed er verder niets mee. Wij gingen dan ook naar een gemeenschapsschool en eigenlijk werd er niet zo heel veel over God gepraat in mijn familie... Tot mijn twaalfde had ik ook altijd een Bijbel op zak en wilde ik priester worden. Daarna ben ik lange tijd ziek geweest van geloof (voor gebeurtenissen waarover ik niet wens te praten), tot ik in mijn twintiger jaren weer interesse kreeg en inmiddels in mijn afstudeerjaar zit als theoloog. Nog steeds verlang ik ernaar om me soms op te geven om tot priester gewijd te worden, maar ik kan me niet echt verzoenen met alles hieromtrent, dus doe ik het niet. Verder geniet ik van de vrijheid die ik heb als christen om me niet in een hokje te laten plaatsen, in tegenstelling tot verschillende theologen die zich aan de kerk gebonden weten, laat ik mij namelijk niet de mond snoeren, en daar houd ik wel van. Eén van mijn professoren die ik het meeste bewonder en die ook mijn bachelorthesis over de goddelijkheid van Christus heeft begeleid, is trouwens een priester...
  10. ZENODotus

    We gaan ze halen.

    Het wil niet zeggen dat er bepaalde gelijkenissen zijn dat er daarom een link te trekken is, let wel dat in het partijprogramma van de NSDAP stond dat er meer geld voor de arbeiders moest vrijgemaakt worden (een vrij sociaal thema dus) moeten we nu socialisten ook maar een SS-uniformpje aantrekken... Jezus komt ook voor in de Islam, daarom is het nog geen christendom. Meer nog de NSDAP was een positief christelijke partij (naar eigen zeggen), dus zijn christenen dan ook nazi's? Of laten we de link trekken met het communisme die talloos meer doden op zijn geweten heeft dan het nazisme trouwens. En ja, ik ken ook mensen uit communistische landen die zo terug willen naar het communisme, want als je je mond hield was het er vrij aardig leven. Verder moeten we vooral niet vergeten dat het de geallieerden ook helemaal niet ging om de Joden, er waren al lekken over de concentratiekampen sinds de jaren '20, toch was het pas in 1939 dat de andere landen in actie schoten toen Duitsland zijn gebied probeerde uit te breiden. Anti-semitisme, was trouwens niet uitsluitend te bespeuren in Duitsland, maar zowat over heel de wereld. Het is trouwens niet anti-christelijk (Jezus zei b.v. dat je eerst moest goed doen voor je geloofsgenoten, en dus pas dan voor de rest; wat trouwens logisch is, iedereen zorgt eerst voor de zijnen, of denk je dat je eerder eten zal geven aan vreemde kinderen en pas als er nog iets over is aan je eigen kinderen?) Het gaat niet om wie gelijk of ongelijk heeft... Het gaat erom het welzijn van je eigen land te vergroten of te behouden, dat gebeurt hier, maar dat moet ook gebeuren waar er gevlucht wordt. Daarom moet het westen ook minder aanlokkelijk gemaakt worden... (ik heb het hier trouwens momenteel uitsluitend over economische vluchtelingen; politieke vluchtelingen is een andere zaak) Verschillende mensen van daar denken echt dat het geld hier aan de bomen groeit...
  11. ZENODotus

    We gaan ze halen.

    Wat je doet is een hele bevolkingsgroep stigmatiseren omdat ze jouw mening niet delen... Ik zie dit vaak gebeuren in België waar ze dan iemand van de rechtste partij NVA b.v. een SS-uniform aantrekken, of iemand voor nazi of fascist uitmaken omdat ze rechtser stemmen dna de ander. Verder vind ik populisme tegenwoordig een geuzennaam, vooral gebruikt door elites die zich het kunnen permitteren om Sinterklaas te spelen voor de rest van de wereld en om daarmee de stem van een groot deel van het volk te verdrukken die het beu is dat hun geld niet voor hen wordt gebruikt... Thorgrem legt het heel mooi uit trouwens... Velen die stemmen op de uiterste flanken van zowel rechter- als linkerzijde zijn ontevreden met het huidige beleid. Ik kan natuurlijk niet spreken over de Nederlandse gang van zaken, maar zie wel de tendens hier in België. Over de Islam vind ik wat Ali Rizvi, een dokter en ex-moslim er over te zeggen heeft bijzonder interessant, al ben ik het helemaal niet over de gehele lijn met hem eens (hij lijkt op veel vlakken op Dawkins), maar verdraagzaam zijn voor onverdraagzaamheid is geen goede keuze (waarmee hij het laks beleid van links bedoelt in het islam-debat en het de mond snoeren van Islamcritici als islamofoob), ook niet trouwens de keuze van vaak (extreem) rechtse individuen die alle mensen met een kleurtje op het moslim matje roepen. Trouwens migratie is niet ongemeen goed te noemen... Kijk hoe het zit bij economische vluchtelingen. Meestal zijn het de "rijkere" en "sterkere" families die hun land ontvluchten, de armeren hebben daar simpelweg geen kans toe, deze mensen zijn juist de personen die hard nodig zijn in hun eigen land om die op te bouwen, daardoor verzwakt juist het land van herkomst nog meer.
  12. ZENODotus

    Waarom vieren Christenen niet de feesten uit het OT?

    En opnieuw geen bewijs... Leuk hé, veel roepen zonder eigenlijk iets te zeggen. Julianus Africanus heeft de redenen gegeven rond 220, zoek het op zou ik zeggen, maar eigenlijk had je dat al moeten doen. Het gaat trouwens niet om of Jezus op 25 december geboren zou zijn, je moet wel erg naïef ziijn te denken dat het hier om gaat... het gaat er om of de datum gekozen werd vanuit heidense overwegingen, dat is het niet (de redenen zijn legio), dat is vooral een Calvinistisch idee uit de 19de eeuw... Zo wat alle wetenschappelijke artikelen omtrent dit onderwerp geven mij gelijk. Maar ik ga er mee ophouden, houd je maar vast aan wat acht mannen uit Amerika je vertellen.
  13. ZENODotus

    Waarom vieren Christenen niet de feesten uit het OT?

    Dat is natuurlijk onzin... Kerst maak je namelijk als persoon zo commercieel als je zelf wilt, net zoals je zelf maakt waarrond kerst draait. Dat doe je namelijk met elke feestdag trouwens, of met elk gezellig samenzijn... Trouwens dit met droge woorden typen op het belangrijkste product van het technologisch tijdperk via een netwerk die oorspronkelijk voor oorlogsdoeleinden werd gecreëerd,maakt het nogal grappig. Opnieuw geen bewijzen voor. Ik denk dat er wel belangrijkere zaken zijn waar God beledigd voor zou moeten zijn.
  14. ZENODotus

    Waarom vieren Christenen niet de feesten uit het OT?

    Dit lijkt onjuist: William Hendriksen quotes a letter dated Jan. 16, 1967, received from the New Testament scholar Harry Mulder, then teaching in Beirut, in which the latter tells of being in Shepherd Field at Bethlehem on the just-passed Christmas Eve, and says: “Right near us a few flocks of sheep were nestled. Even the lambs were not lacking. . . . It is therefore definitely not impossible that the Lord Jesus was born in December” [Jack Finnegan, Handbook of Biblical Chronology (2nd ed.), no. 569, quoting Hendriksen, New Testament Commentary: Matthew (Grand Rapids: Baker, 1973), 1:182]. “Scholars have pointed out that the considerably lower altitude of the field may not be without significance, but may explain why even in winter shepherds would not find these fields too cold for their flocks.” (From the Nile to the Waters of Damascus, p. 52) (William Arndt) Een ervaringsdeskundige had er nog dit over te vertellen: In fact, when I first began traveling to Israel and Jordan in the mid-60s it was common for Bedouin shepherds to move with the seasons. In the summer we would see them in the mountains of Lebanon. In winter months they would move to warmer, desert areas. Today, we find many Bedouin shepherds watching their sheep on the eastern slopes year round, including the winter months.
  15. ZENODotus

    Waarom vieren Christenen niet de feesten uit het OT?

    En net als elk jaar herhaal je je mantra zonder enige vorm van wetenschappelijke bron. Verder heb ik bronnen gegeven van kort na de apostelen, christenen dus. Dat een Amerikaanse sekte zichzelf de enige christenen op deze aardbol noemt, maakt weinig indruk.
×

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid