Spring naar bijdragen

ZENODotus

Members
  • Aantal bijdragen

    546
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Over ZENODotus

  • Rang
    CrediGup

Profile Information

  • Religie
    Christen

Recente profielbezoeken

881 profielweergaven
  1. ZENODotus

    Boeken/films/docu's over bewijs bestaan van God.

    Een mooi boekje is ook "faith in an age of science" een heel dun boekje door Polkinghorne met enkele filosofische essays omtrent geloof en waarom geloof vrij logisch is. Polkinghorne is een fysicus en Anglicaanse priester, hij is tevens ook evolutionist (maar dat hindert zijn geloof niet). Verder heeft Ouweneel enkele maanden geleden het boek uitgebracht "Adam, waar ben je, en doet het ertoe?" waar er nogal vrij veel ophef rond was, ik heb het nog niet gelezen, staat wel om mijn ntl-lijstje, verder heeft Ehrman een interessant boek geschreven over het feit of Jezus werkelijk heeft geleefd, maar ja, dat hebben velen voor hem ook al gedaan, en Swinburnes werk is ook de moeite. Als je iets specifieks over evolutie wilt lezen vanuit het oogpunt van creatie kan ik ook "evolutie, het nieuwe hoofdstuk" aanbevelen die je gratis kunt bekomen op de site van Logos (www.logos.nl). Vergeet ook niet dat jij misschien God kunt opgeven, maar dat er al heel veel moet gebeuren voordat God jou opgeeft... Ik ben daar een levend voorbeeld van.
  2. ZENODotus

    Afsplitsing: verschil door vertaalverschillen

    Onzin natuurlijk... Het maakt niet uit of het tetragrammaton in de LXX staat om aan te willen geven of het in het Nieuwe Testament staat (de LXX is namelijk een Griekse vertaling van het OT en bepaalde andere boeken), dat heeft dus niets gemeen om het in het NT te herstellen... Er zijn simpelweg geen antieke codexen gevonden in het Grieks van het NT waar het tetragrammaton in stond, dat is dus niet herstellen maar aanpassen. De LXX bestaat trouwens eigenlijk niet, er zijn verschillende versies van verschillende tijdstippen en soms met andere bewoordingen voor handen... Ook of het tetragrammaton erin heeft gestaan (ten tijde van het schrijven van het NT) is vrij twijfelachtig.
  3. ZENODotus

    Jezus op Aarde en in de Hemel?

    Desid is eerlijk door een mate van twijfel in te lassen in zijn betoog. tekstkritiek is uitermate subjectief en al zeker geen exacte wetenschap. Als je dan ook met tekstkritiek bezighoudt kan je zelden heel zeker zeggen: zo is het, en niet anders, er is altijd de mogeljkheid dat het anders is omdat we het verkeerd hebben... Daarom kan Desid niet anders dan het woord waarschijnlijk inlassen: het is de meest waarschijnlijke optie, maar dat verhindert niet dat die optie verkeerd kan zijn. Maar let wel dat er heel wat studie voorafging om uiteindelijk tot die waarschijnlijkheid te komen, het is dus niet zo dat als men zegt waarschijnlijk dat men er met zijn pet naar heeft gegooid.
  4. ZENODotus

    Afsplitsing: verschil door vertaalverschillen

    Je kan natuurlijk uren discuteren over een vers maar als je geen basis hebt van het Grieks is het vissen naar betekenis... Ik heb echter mijn bachelorthesis rond verzen 1.1 en 1.18 van Johannes gedaan, dus denk ik wel dat ik geschikt ben omtrent dit vers commentaar te geven: Verder is het me al lang duidelijk dat JG denken dat kwalitatief gelijk is aan onbepaald, dat is het echter niet. We merken hier allereerst het gebrek aan een bepaald lidwoord op tussen ἐν en ἀρχῇ, wat trouwens ook het geval is in Gen 1,1 LXX. Maar dat wil niet zeggen dat meteen ἀρχῇ ook onbepaald bedoeld is. Vaak bij het gebruik van voorzetsels wordt er geen bepaald lidwoord gebruikt bij de zelfstandige naamwoorden, terwijl het wel als bepaald bedoeld is, vooral in het geval voor voorzetselbepalingen. Het feit dat het in de NWV hier tussen vierkante haken wordt geplaatst is dus overbodig. Dat hier ἐν wordt gebruikt in plaats van ἀπό lijkt tevens aan te duiden dat de schrijver hier niet doelde dat het Woord in het begin ontstond, maar de status van het woord aan het begin wilde beschrijven. Met andere woorden hier wordt niet de geboorte of schepping van het Woord mee aangeduid. Dan zou de schrijver ook in plaats van ἦν (εἶμι) ook het werkwoord ἐγένετο (γίνομαι) gebruikt hebben.1 De tweede regel van dit vers luidt: καὶ ὁ λόγος ἦν πρὸς τὸν θεόν. πρός is vrij moeilijk te vertalen naar onze hedendaagse talen omdat het geen statisch woord is. Met het accusatief drukt het beweging naar uit. Als het vergezeld gaat met een statisch werkwoord dan ontkent het de overgankelijke kracht van het voorzetsel. Morris stelt dan ook dat als we het voorzetsel hier letterlijk nemen, het betekent: “the Word was toward God”.2 Het belangrijkste in de vertaling is natuurlijk het derde deel van het vers: θεὸς ἦν ὁ λόγος, waar opvalt dat bij θεός het bepaald lidwoord ontbreekt. Volgens Harris komt θεός in het Johannesevangelie 83 keer voor waarbij 20 keer zonder het lidwoord. Van die 83 keer lijkt in vier gevallen niet verwezen te worden naar de Vader: in 1,1; 1,18; 10,34-35 en 20,28. De schrijver lijkt echter in vers 1 geen duidelijk onderscheid te willen maken tussen ὁ θεὸς en θεός (als tussen de Vader en de Zoon). Zo zien we in het Johannesevangelie dat in voorzetselbepalingen θεός 22 keer voorkomt, waarvan 12 keer met een bepaald lidwoord, en tien keer zonder. Ook is er geen consistentie in het gebruik van het bepaald lidwoord bij de voorzetsels παρά en ἐκ.3 Als men naar de vertalingen kijkt dan merkt men ook meteen dat de woorden omgedraaid worden. λόγος die als laatste in het Grieks wordt vermeld, wordt het eerst vermeld in de Nederlandse vertalingen. De schrijver kan dan ook een onderscheid hebben willen maken tussen onderwerp en gezegde. Dit wordt benadrukt in “Basics in Biblical Greek” van Mounce, waar de schrijver expliciet stelt: “Its emphatic position stresses its essence or quality: “What God was, the Word was” is how one translation brings out this force. Its lack of a definite article keeps us from seeing the person of the Word (Jesus Christ) as completely identical with the person of “God” (the Father). That is to say, the word order tells us that Jesus Christ has all the divine attributes that the Father has; lack of the article tells us that Jesus Christ is not the Father..”4 Een andere reden voor het ontbreken van het lidwoord is de regel van Colwell die luidt: “A definite predicate nominative has the article when it follows the verb; it does not have the article when it precedes the verb.” Colwell verduidelijkt: “If the context suggests that the predicate is definite, it should be translated as a definite noun in spite of the absence of the article” en “in the case of a predicate noun which follows the verb the reverse is true; the absence of the article in this position is a more reliable indication that the noun is indefinite.”5 Toch was Colwell niet zo zeker dat zijn regel in dit vers opging, zoals velen denken: “The opening verse of John’s Gospel contains one of the many passages where this rule suggests the translation of a predicate as a definite noun. καὶ θεὸς ἦν ὁ λόγος looks much more like “and the word was God” than “and the word was divine” when viewed with reference to this rule. The absence of the article does not make the predicate indefinite or qualitive when it precedes the verb; it is indefinite in this position only when the context demands it. The context makes no such demand in the Gospel of John, for this statement cannot be regarded as strange in the prologue of the gospel which reaches its climax in the confession of Thomas.”6 Volgens Harris maakt de regel van Colwell in dit vers de fout door er verkeerdelijk vanuit te gaan dat de bepaaldheid en de kwaliteit elkaar uitsluiten, dat als θεός kan getoond worden als met het bepaald lidwoord door de principes van woordvolgorde dat dit automatisch uitsluit dat het kwalitatief zou kunnen zijn in zin.7 Colwell biedt dus niet geheel uitsluitsel over hoe dit vers vertaald zou moeten worden. Een probleem dat zich duidelijk al eerder stelde want zo bevat b.v. de Codex Regius, een handschrift uit de achtste eeuw, wel het bepaald lidwoord bij θεὸς, zodat hier alle vraagtekens meteen werden weggenomen. Velen gaan er dan ook van uit dat Johannes hier niet bedoelde de Zoon gelijk te stellen aan de Vader, maar dat Johannes Jezus kwalitatief wilde beschrijven. Moulton stelde dan ook: “For exegesis, there are few of the finer points of Greek which need more constant attention than this omission of the article when the writer would lay stress on the utility or character of the object.”8 Het probleem is hier echter dat als we het zouden vertalen met “en het woord was goddelijk”, hiervoor een expliciet woord bestaat in het Grieks en zou dan ook de schrijver van het Johannesevangelie niet eerder geput hebben uit die woordenschat? Dan zou hij waarschijnlijker θεῖος (wat gebruikt wordt in 2 Petr 1,4) 9 of του θεοῦ gebruikt hebben. Daarom is Morris ook heel duidelijk als hij zegt: “John is not merely saying that there is something divine about Jesus. He is affirming that he is God, and doing so emphatically as we see from the word order in the Greek.”10 Beduhn, die echter wel laat uitschijnen een unitariër te zijn, stelt dat men in eerste plaats kwam tot de zinsnede “Het woord was God”, in de KJV door vooral naar de Latijnse Vulgaat te kijken (et Deus erat Verbum). In het Latijn bestaat er noch een bepaald, noch een onbepaald lidwoord. De andere Engelse vertalingen zouden hier in feite gewoon de denkwijze van de KJV hebben gekopieerd. De redenaties om de vertaling: “Het woord was God” te rechtvaardigen, zijn dus in feite allemaal redenaties a posteriori. Maar de argumenten van Beduhn zijn niet overtuigend omdat in het Latijn niet duidelijk is welk woord nu het onderwerp en welk woord het gezegde zou zijn, daar beide zelfstandige naamwoorden geen bepaald lidwoord hebben. Beduhn is ervan overtuigd dat het kwalitatieve gebruik van θεὸς, namelijk “goddelijk” hier de beste vertaling zou zijn, maar dat van de Engelse vertalingen de vertaling van de NWV het beste het oorspronkelijk Grieks weergeeft.11 Ook Harner die Beduhn in zijn werk citeert geeft hem hierin gelijk. Harner geeft namelijk enkele alternatieve schrijfwijzen van dit vers, en als Johannes wilde zeggen “Het woord was God”, had hij kunnen schrijven o θεὸς ἦν ὁ λόγος, maar dat deed hij niet. Als hij wilde zeggen “Het woord was een God” had hij kunnen schrijven ὁ λόγος ἦν θεὸς, maar ook dat deed hij niet.12 In plaats daarvan gebruikte Johannes een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord en plaatste dit voor het werkwoord. Volgens Harner wijst dit erop dat Johannes niet onbepaald of bepaald in dit vers wilde laten uitschijnen, maar in karakter en kwaliteit.13 Beduhn haalt vervolgens Luc 20,38 aan waar in het Nederlands te lezen valt: “Hij is geen God van de doden...” in het Grieks luidt dit echter: “θεὸς δὲ οὐκ ἔστιν νεκρῶν...” Hier gaat het gezegde het koppelwerkwoord vooraf en ontbreekt het bepaald lidwoord bij θεὸς, maar niet vanwege de regel van Colwell, maar simpelweg omdat θεὸς hier onbepaald is, aldus Beduhn.14 Maar de vergelijking met Joh 1,1 gaat hier echter niet op omdat in Luc 20,38 het onderwerp geen zelfstandig naamwoord is. Het lijkt mij dan ook dat Beduhn niet vrij van dogma is bij het bepalen waarom dit vers beter zou vertaald zijn in de NWV dan in andere Engelse vertalingen. Zijn argumenten zijn vrij zwak. Toch is er een vrij grote consensus dat hier met θεὸς niet de Vader wordt bedoeld maar om dan maar meteen van Jezus “een god” te maken lijkt te ver te gaan. De vertaling van Joh 1,1 in de NWV Ongetwijfeld zal het opvallen dat van de Nederlandse vertalingen van Joh 1,1 de NWV-vertaling de enige is die de vertaling hanteert : “en het woord was een god”. In appendix 6a van hun studiebijbel 1988 verduidelijken ze deze vertaalkeuze: “Deze vertalingen [er worden enkele vertalingen geïllustreerd die hun vertaling van dit vers ondersteunen] gebruiken woorden als “een god” of “goddelijk” omdat het Griekse woord theos (θεός) een enkelvoudig predikaatsnomen (naamwoordelijk deel van het gezegde) is dat voor het werkwoord staat en niet wordt voorafgegaan door het bepaald lidwoord.”15 Metzger echter, die een vorige editie van deze bijbel gebruikte voor zijn paper en die een uitgebreidere verklaring ter beschikking had ter verdediging van hun vertaling, vertelt dat er 35 verzen uit Johannes worden geciteerd waar het predikaatsnomen niet voorafgegaan wordt door het bepaald lidwoord in het Grieks, maar geen enkele van deze 35 verzen is parallel, want het predikaatsnomen staat steeds na het werkwoord, en zoals de regel van Colwell aangeeft, heeft dus het lidwoord.16 In deze nieuwe versie uit 1988 hebben ze het wel goed dat het om het predikaatsnomen voor het werkwoord gaat, maar één ding ontbreekt in hun redenatie naar de regel van Colwell, namelijk dat het oorspronkelijk om een bepaald woord moet gaan en dat de context dit moet vereisen, in geen enkel van de 11 genoemde verzen17 is dit echter het geval. Verder maken ze geen onderscheid tussen het kwalitatief gebruik en het gebruik van het onbepaalde “een god”. Dat wordt echter wel gedaan in de exegese van dit vers. De meeste verklaringen als het gaat over de vertaling “en het woord was God”, maken hier het woord niet gelijk aan God de Vader, maar geven aan dat hij in zijn essentie, in zijn natuur, God was, dus ook vrij kwalitatief van betekenis. Dat is ook wat Wallace bevestigt wanneer hij stelt: “An anarthrous pre-verbal PN is normally qualitive, sometimes definite, and only rarely indefinite.”18 Interessant is verder ook dat de uitgevers van de NWV er prat op gaan om consequent te zijn in hun vertaling, ook in het geval van het toevoegen van het onbepaald lidwoord waar het bepaald lidwoord in het Grieks ontbreekt (het Grieks kent namelijk geen onbepaald lidwoord). In de proloog van het Johannesevangelie komt echter θεός acht keer voor. Twee keer wordt het in de NWV vertaald met God waar wel het bepaald lidwoord is gebruikt. Maar vier keer zonder het bepaald lidwoord wordt ook met “God” vertaald, één keer met “een god” en één keer met “de [eniggeboren] god”. Countess weet verder te vertellen dat van de 282 keer dat θεός zonder bepaald lidwoord voorkomt in het NT, de NWV het maar op 16 plaatsen met “een god”, “goden”, “god” of “goddelijk” vertaalt.19 1 Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 57 2 Leon Morris, The Gospel according to John, The New International Commentary on the New Testament, Grand Rapids MI, Eerdmans, 1995, p. 65 3 Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 55 4 William Mounce, Basics of Biblical Greek, Grand Rapids MI, Zondervan, 2003, p. 27-28 5 E. C. Colwell, A definite rule for the use of the article in the Greek New Testament, in Journal of Biblical Literature, 52, 1933, p. 20 6 Ibid. p. 21 7 Murray J. Harris, Jesus as God: The New Testament use of theos in reference to Jesus, Grand Rapids MI, Baker Book House, 1992, p. 62 8 James Hope Moulton, Nigel Turner, A grammar of new Testament Greek, Edinburgh, T & T Clark, 1976, p. 83 9 Dat wordt ook bevestigd door Raymond Brown, Does The New Testament Call Jesus God?, in Theological Studies 26,1, 1965, p. 564 10 Leon Morris, The Gospel according to John, in The New International Commentary on the New Testament, Grand Rapids MI, Eerdmans, 1995, p. 68-69 11 Jason David Beduhn, Truth in translation: Accuracy and Bias in English Translations of the New Testament, New York, University Press of America, 2003, p. 116 12 Maar volgens Bieringer klopt Harners redenatie hier grammaticaal niet. 13 Philip B. Harner, Qualitative Anarthrous Predicate Nouns: Mark 15:39 and John 1:1, in Journal of Biblical Literature, 1 March 1973, Vol 92 (1), p. 84-85 14 Jason David Beduhn, Truth in translation: Accuracy and Bias in English Translations of the New Testament, New York, University Press of America, 2003, p. 126 15 Nieuwe-wereldvertaling van de Heilige Schrift met studieverwijzingen, New York, Watchtower Bible and Tract Society, 1988, p. 1579-1580 16 Bruce M. Metzger, The Jehovah’s Witnesses and Jesus Christ: A Biblical and Theological Appraisal, in Theology Today 10 (04/1953) 65-85, p. 75 17 De genoemde verzen zijn: Marc 6,49; 11,32; Joh 4,19; 6,70; 8,44; 9,17; 10,1.13.53; 12,6 18 Wallace, Greek Grammar Beyond the basics, Grand Rapids MI, Zondervan, 1996, p. 262 19 RH Countess, The Translation of theos in The New World Translation, in Bulletin of the Evangelical Theological Society 10,3 (1969) p. 153-160
  5. ZENODotus

    Bewijs voor schepping

    "ongeveer een eeuw geleden"... Verder verwijst de tekst naar een voetnoot dat het inmiddels ongeveer anderhalve eeuw geleden is, met de verwijzing dat "On the origin of species" in 1859 voor het eerst gepubliceerd werd.
  6. ZENODotus

    En wat nu?

    Dag Jara... Misschien heb je ook iets aan volgende website: https://cursus.ikzoekgod.nl/ waarop verschillende basale cursussen over het christelijk geloof te vinden zijn. Met je ouders praten kan ook nuttig zijn, hoor, al kan dat voor je ouders ook een vrij ongemakkelijk gesprek worden, het hangt er ook altijd een beetje vanaf hoe openminded je ouders zijn natuurlijk... Je kunt er in ieder geval verschillende perspectieven leren kennen over geloof. Ook in een kerk vind je vaak mensen die graag met jou over geloof zullen praten... De kerk waar ik regelmatig ga heeft b.v. open woensdagnamiddagen, namiddagen waar de kerk gewoon open is en er mensen aanwezig zijn en waar je met een kopje koffie of een kopje thee over geloof kunt gaan praten. Ook je leraar godsdienst kan je ook zeker op weg helpen en laat de Bijbel spreken door hem open te slaan en spreek tot God wanneer je daar behoefte toe hebt, vergeet nooit dat geloof een relatie is die je aangaat. (Ik ben natuurlijk christen, en beantwoord dan ook je vraag vanuit dat perspectief)
  7. ZENODotus

    Online Bijbels / Voor- en nadelen van diverse vertalingen

    Ja ja, je wetenschappers die geen enkele noemenswaardige publicatie op hun naam staan hebben, hun boeken in eigen beheer hebben uitgegeven en geen kaas hebben gegeten van klassiek Hebreeuws. Niet tegenstaande dat vele protestantse interpolaties zijn en dat er veel meer katharen waarschijnlijk zijn gestorven aan hun eigen rituele zuivering, heeft de RKK al meer dan eens zijn excuses aangeboden voor dingen die in het verleden misgelopen zijn, dat kunnen we in ieder geval van de JG niet zeggen die tientallen doden op hun naam hebben staan b.v. door het verbieden van transplantaties als zijnde kannibalisme, kinderen die gestorven zijn door het weigeren van bloedtransplantatie en componenten (die nu wel weer mogen) of voor de vele kindermisbruiken binnen hun gelederen, maar als ze dan gevraagd worden voor excuses, blijft het akelig stil... Dus wel een beetje de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet.
  8. ZENODotus

    De Naam van God is onweerlegbaar Jehovah

    Wetenschap houdt zich niet bezig met zoeken naar de waarheid, theologie dus ook niet. Je geloof wordt dan ook niet getoetst als theoloog.
  9. ZENODotus

    De Naam van God is onweerlegbaar Jehovah

    een terechte opmerking dat je hier maakt... Ik heb het even opgezocht in de LXX (griekse vertaling) want mijn Hebreeuws is momenteel te roestig om het te kunnen controleren (daar hoop ik deze zomer weer verandering in te brengen), maar dus de eerste ulieden in deze zin staan in het enkelvoud, het tweede in het meervoud.
  10. Maar je haalt dan wel een werk aan (in je voordeel) dat je niet gelezen hebt...
  11. ja, dat je het niet gelezen had was duidelijk uit je commentaar... En vooral maar "bewijzen" van je tegendeel negeren, zoals hier al genoemd: Seneca, Lucianus, brief van Barnabas, allen spreken ze van een vorm dat stauros niet (uitsluitend) over een rechtopstaande paal gaat maar over een (tau-vormig) kruis. Maar daar ga je natuurlijk helemaal niet op in.
  12. ZENODotus

    De Naam van God is onweerlegbaar Jehovah

    Het is ook wel zo (en ik geloof dat de JG hier het graag willen vergeten) dat voor Russell het onderscheid tussen de 144 000 (die volgens hem symbolisch was) en de grote schare ook werd gemaakt, de grote schare werd volgens Russell echter (terecht) in de hemel geplaatst... Ook voor Russell was het niet de bedoeling om aardlingen te verzamelen, maar hemellingen. Het interessantste is dan ook de kunstmatige tweedeling die JG hebben gemaakt, en wat bewijst dat hun theologie vrij bouwvallig is, want het NT is eigenlijk geschreven voor de hemellingen, ook het verbond is met de hemellingen en niet met de aardlingen, de aardlingen kunnen er dankzij de hemellingen van profiteren.
  13. Ik had het een feite niet over u, maar in het algemeen.
  14. hmm... Dan ga je het stuk nog eens wat beter moeten lezen vrees ik, want hij noemt het boek "over het algemeen betrouwbaar" waarna hij enkele zwakheden opsomt. Nergens wordt het boek weggezet als een mislukking, dat wordt wel gedaan met de Nederlandse titel, die natuurlijk door vertalers en niet door archeologen en historici is bedacht. Het ergerlijke is dat het boek te pas en te onpas ter sprake komt om kracht bij te zetten hoe weinig correct de Bijbel is, en terwijl dat boek dat tot op zekere hoogte probeert te doen, is voor iemand die een beetje kennis van zaken heeft, het idee en de aangereikte gegevens in het boek een stuk genuanceerder. Maar het boek is hier over het algemeen vrij eerlijk over, vreemd dat dit door mensen die het boek promoten als een "anti-bijbel"-boek dat blijkbaar niet doorhebben.
  15. Er wordt nogal wat in de schoenen van dat boek geschoven, maar als je tussen de regels leest krijg je een iets genuanceerder beeld, hier een besluit van Antoon Schoors, emiritus hoogleraar aan de kuleuven (Finkelstein heeft in Israël nog onder zijn auspiciën gewerkt:
×

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid