Spring naar bijdragen

sjako

Moderators Levensbeschouwing
  • Aantal bijdragen

    6979
  • Geregistreerd

  • Laatst bezocht

Alles door sjako geplaatst

  1. sjako

    De Rijke man en Lazarus, letterlijk of figuurlijk opvatten?

    Na de opstanding ja. Er staat nergens dat het direct na hun dood was. Het is een gelijkenis he, niet echt gebeurd. Ik heb hem ook gebookmarkt. Handige site.
  2. sjako

    2de coronagolf op komst

    Daniël 12 In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die staat ten behoeve van jouw volk. Er zal een moeilijke tijd aanbreken zoals er niet is geweest sinds er een volk is ontstaan tot die tijd. In die tijd zal jouw volk ontkomen, iedereen die geschreven blijkt te staan in het boek. 2 Velen van hen die in het stof van de aarde slapen, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven en anderen tot schande en eeuwige verachting. 3 Degenen die inzicht hebben, zullen zo helder stralen als het uitspansel van de hemel, en degenen die de velen tot rechtvaardigheid brengen als de sterren, voor altijd en eeuwig. 4 Houd de woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de tijd van het einde. Velen zullen het grondig onderzoeken, en de ware kennis zal overvloedig worden.’ Het was gewoon nog niet begrijpen omdat bepaalde sluitelprofetiën nog niet waren gebeurd. Pas in de tijd van het einde zal de ware kennis overvloedig zijn. Dus het zou heel goed kunnen dat via het WTG de betekenis ten volle bekend is geworden.
  3. sjako

    2de coronagolf op komst

    Die is ook lang geheim geweest, want niemand kon de betekenis ervan weten, totdat de laatste dagen zouden komen.
  4. sjako

    2de coronagolf op komst

    We gaan het zien.
  5. sjako

    tucker stopt als moderator

    Zou jij ook moeten doen toch. Werven heeft een negatieve klank. Ik heb heel veel mensen zien veranderen, van bijna boef tot voorbeeldig persoon en gelukkig. De kracht van heilige Geest. Het is niet ons werk, maar het werk van engelen. Wij zijn enkel het 'doorgeefluik'. Wij kunnen geen mensen bekeren, dat kan enkel God, maar dan moeten er wel mensen zijn die over Hem vertellen. En het is tegenwoordig hard nodig. Er zijn hier in Zeeland nog wel mensen die geloven, maar het gros van de Nederlanders geloven niet meer. Het is echt een zendingsgebied.
  6. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Volgens mij heb ik daar wel al eens antwoord op gegeven. Net als Jezus kunnen ook zijn door de geest verwekte en met heilige geest gezalfde volgelingen, die in zijn voetstappen treden, gezalfden worden genoemd (2Kor 1:21). Zalving vormd de bekrachtiging van een officiële aanstelling (Re 9:8, 15; 1Sa 9:16; 2Sa 19:10). Samuël zalfde Saul tot koning nadat God Saul als zijn keus had aangewezen (1Sa 10:1). Een koning werd dus gezalfd. Dit werd letterlijk gedaan met olie. Nu met geest. Wat betekent het woord „verzegeld”. In de oudheid was een zegel een voorwerp waarmee een afdruk op een document werd aangebracht. Het woord kan ook op de afdruk zelf duiden. In die dagen was het gebruikelijk een zegel aan een document of aan iets anders te bevestigen om de echtheid of het eigendomsrecht te bekrachtigen. — 1 Koningen 21:8; Job 14:17. De apostel Paulus vergeleek de heilige geest met een zegel toen hij zei: „Hij die waarborgt dat gij en wij Christus toebehoren en hij die ons heeft gezalfd, is God. Hij heeft ook zijn zegel op ons gedrukt en ons in ons hart het onderpand van wat komen zal gegeven, namelijk de geest” (2 Korinthiërs 1:21, 22). Jehovah zalft deze christenen dus met zijn heilige geest om aan te geven dat ze zijn eigendom zijn. Het verzegelen van de gezalfden geschiedt echter in twee fasen. De aanvankelijke en de uiteindelijke verzegeling verschillen (1) in doel en (2) in tijdstip. De aanvankelijke verzegeling dient ertoe een nieuw lid te selecteren dat aan het aantal van gezalfde christenen wordt toegevoegd. De verzegeling in definitieve zin dient ter bevestiging dat deze gekozen en verzegelde persoon zich volledig loyaal heeft betoond. Pas dan, bij de uiteindelijke verzegeling, wordt het zegel permanent ’op het voorhoofd’ van de gezalfde aangebracht, wat hem definitief identificeert als een beproefde en getrouwe ’slaaf van onze God’. Over die laatste fase van de verzegeling wordt in Openbaring hoofdstuk 7 gesproken. — Openbaring 7:3. Over het tijdstip van de aanvankelijke verzegeling schreef Paulus aan gezalfde christenen: „Ook gij hebt op hem gehoopt nadat gij het woord der waarheid, het goede nieuws over uw redding, hadt gehoord. Door bemiddeling van hem werdt ook gij, nadat gij hadt geloofd, met de beloofde heilige geest verzegeld” (Efeziërs 1:13, 14). Het Bijbelverslag laat zien dat veel eerste-eeuwse christenen inderdaad kort nadat ze het goede nieuws hadden gehoord en gelovigen in Christus waren geworden, verzegeld werden (Handelingen 8:15-17; 10:44). Zo’n verzegeling toonde dat God hen goedkeurde. Maar het was geen blijk van Gods definitieve goedkeuring. Waarom niet? Paulus zei dat gezalfde christenen ’verzegeld zijn voor een dag van verlossing door losprijs’ (Efeziërs 4:30). Dat duidt erop dat er na die eerste verzegeling nog heel wat tijd zou verstrijken, meestal vele jaren. Gezalfden moeten getrouw blijven vanaf de dag dat ze met heilige geest verzegeld worden tot op de dag dat ze „verlost worden” van hun vleselijke lichaam, dat wil zeggen tot hun dood (Romeinen 8:23; Filippenzen 1:23; 2 Petrus 1:10). Paulus kon dan ook pas aan het eind van zijn leven zeggen: „Ik heb de loopbaan tot het einde gelopen, ik heb het geloof bewaard. Van nu af is voor mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid” (2 Timotheüs 4:6-8). Bovendien zei Jezus tot een gemeente van gezalfde christenen: „Bewijs dat gij getrouw zijt, zelfs tot de dood, en ik zal u de kroon des levens geven.” — Openbaring 2:10; 17:14. Ook het woord „kroon” duidt op het verstrijken van tijd tussen de eerste en de definitieve verzegeling. Hoe dat zo? In de oudheid was het de gewoonte de hardloper die een wedstrijd gewonnen had te kronen. Maar daar moest hij meer voor doen dan er alleen maar aan deelnemen. Hij moest de wedstrijd tot aan de finish uitlopen. Zo is het ook met gezalfde christenen: alleen als ze helemaal tot het eind van hun loopbaan volharden, dus van hun aanvankelijke verzegeling tot hun uiteindelijke verzegeling, worden ze met onsterfelijk leven in de hemel bekroond. — Mattheüs 10:22; Jakobus 1:12. Wanneer zullen de nog overgebleven gezalfde christenen, die hun aanvankelijke verzegeling al hebben ontvangen, definitief verzegeld worden? Degenen die nog op aarde leven, worden vóór het uitbreken van de grote verdrukking „aan hun voorhoofd” verzegeld. Wanneer de vier winden van vernietiging worden losgelaten, zullen alle leden van het geestelijke Israël definitief verzegeld zijn, ook al zullen enkelen van hen nog in leven zijn in het vlees en hun aardse loopbaan nog moeten beëindigen. Wachttoren 2007 1/1 blz 31 Ben geen expert in Nederlandse taal, sorry. Dit slaat ook weer op de 144.000, de hemelse regering. 12.000 * 12 poorten = 144.000. Net zoals in het aardse Jeruzalem Jehovah's troon stond staat die ook in het hemelse Jeruzalem.
  7. sjako

    tucker stopt als moderator

    Dan beschuldig je Jezus dus ook, want Hij deed precies hetzelfde. Hij hielp de Joden het ware geloof kennen en zich te bekeren tot de ware God en Christus. Wat wij doen is in de voetsporen lopen van Christus. Hij heeft het ons opgedragen.
  8. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Ja en dat maakt het verschil. Ik heb een overzicht gemaakt met veel informatie over de 144.000. Het is taaie kost en er wordt heel gedetailleerd ingegaan op de 144.000. Over de schepping, over de eigen geest. In Genesis 1 staat immers vrij duidelijk dat de mens geschapen is om te heersen over de schepping. En toen was er toch echt geen sprake van een aparte klasse gezalfden. Nee, de mens moest de aarde vullen en heersen over de schepping. Jehovah God zelf stond als Koning boven de mens. Jezus als het Woord was waarschijnlijk toen ook al de woordvoerder van God. Alleen kwam er een kink in de kabel en werd de mens sterfelijk en dacht het zelf beter te weten dan God. God had direct een plan klaar om de mens te redden en dat was via Zijn Zoon. In het OT zie je veel profetisch materiaal hoe God Zijn organisatie in elkaar steekt. Na de zondeval is er altijd een gezalfde klasse geweest: - Koningen - Hogepriesters - Profeten Jezus werd niet met letterlijke olie gezalfd, maar met Gods Geest. (Mt 3:16) Op die wijze werd Jezus gezalfd tot Koning, Profeet en Hogepriester. Daarom wordt Jezus de Gezalfde genoemd. Jezus bracht Jesaja 61:1 op Zichzelf van toepassing: De geest van de Soevereine Heer Jehovah rust op mij, omdat Jehovah mij heeft gezalfd om goed nieuws te vertellen aan de zachtmoedigen. Hij heeft mij gestuurd om mensen met een gebroken hart te verbinden,om aan de gevangenen bekend te maken dat ze vrijgelaten zullen wordenen aan wie opgesloten zitten dat hun ogen wijd geopend zullen worden, De zalving ging bij priesters over van vader op zoon. Bijv Aäron werd rechtstreeks tot hoofd van het priesterschap gezalfd en bij geen van zijn zonen werd olie op het hoofd gegoten. Zo is het ook met Jezus. Jezus werd rechtstreeks gezalfd door Jehovah. Zijn volgelingen ontvingen hun zalving via Jezus Christus. (Han 2:1-4, 32,33). Zo werden ze dus aangesteld om als koningen en priesters te dienen samen met Jezus (2Kor 1:21). Johannes zegt dat door de zalving met heilige geest iemand onderwijst (1Joh 2:27) Daarom ontvangen zij ook de opdracht en de bekwaamheid om de Christelijke bediening van het nieuwe verbond op zich te nemen (2Kor 3:5,6) Vraag: De kwestie is dit: op basis van één beeld uit Openbaringen, creëer je een aparte klasse christenen, die alle bovennatuurlijke beloften toebedeeld krijgen: zij zijn broeders en zusters van Christus, zij ontvangen de heilige Geest, zij worden door Christus zelf onderricht, zij zijn Gods kinderen, zij gaan na hun dood nu direct naar de hemel, zij zijn vrijgekocht door Christus, noem maar op. Allemaal schitterende gaven van God, die echter van het begin af tot nu altijd aan álle christenen zijn toebedeeld. Alle christenen worden immers gezalfd en dus geheel toegewijd aan God. De eerste eeuwse Christenen gingen nog niet direct naar de hemel. De Bijbel zegt dat pas bij zij tegenwoordigheid de mensen een opstanding zouden krijgen. De eerstelingen als eerst (logisch). Deze eerstelingen krijgen een hemelse opstanding. Ze gaan naar de hemel met een doel: om als koningen en als priesters te gaan regeren met Christus. Waarover? Over Gods Koninkrijk. De hele Bijbel door zie je dat de belofte niet een hemel was, maar een aarde zonder kwaad en dood. De opstanding op aarde stond als hoop. Het naar de hemel gaan komt nergens voor. Johannes 3:13 zegt het letterlijk: Bovendien is nooit iemand naar de hemel opgestegen behalve Hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. Johannes 3:16 zegt dat Jezus de wereld zal gaan redden De hoop voor de mensheid is dus niet de hemel, maar een herstelde (Paradijs)aarde. En toch gaan er mensen naar de hemel. Het is logisch dat dit een beperkte groep is. Van de 144.000 wordt gezegd dat ze: Verzegeld zijn (Openb 7:4; 2Kor 1:22; Ef 1:13; Ef 4:30) op hun voorhoofd de naam van Jezus en de naam van Zijn Vader op hun voorhoofd dragen (het zijn dus Christen) Dat ze een nieuw lied zingen die niemand kan leren behalve de 144.000 (Openb 14:3) Ze zijn van de aarde gekocht (Openb 14:3) ze maagd zijn 14:4 uit de mensheid gekocht zijn als eerstelingen 14:4 Ze als koningen en priesters zullen dienen met Jezus (Openb 5:8-10; Openb 20:6) Openbaring 20:4-6 is cruciaal voor het identificeren van de 144.000 En ik zag tronen, en degenen die erop zaten kregen autoriteit om te oordelen. Ik zag de zielen* van hen die terechtgesteld* waren omdat ze getuigenis hadden gegeven van Jezus en hadden gesproken over God, en van hen die het wilde beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en die niet het merkteken op hun voorhoofd of op hun hand+ hadden gekregen. Ze kwamen tot leven en regeerden als koningen met de Christus,+ 1000 jaar lang. 5 (De andere doden+kwamen pas tot leven toen de 1000 jaar voorbij waren.) Dit is de eerste opstanding.+ 6 Gelukkig en heilig is iedereen die deelheeft aan de eerste opstanding.+ Over hen heeft de tweede dood+ geen autoriteit,+ maar ze zullen priesters+ van God en van de Christus zijn en ze zullen de 1000 jaar met hem als koningen regeren.+ Dus enkel van de mensen die de eerste opstanding hebben gekregen wordt gezegd dat ze als koningen gaan regeren. (Koningen worden gezalfd, dus vandaar gezalfden) De overige doden komen later tot leven en gaan dus NIET als koningen regeren, maar krijgen WEL een opstanding tot leven. Dit zijn de aardse mensen. Dat ze van de aarde gekocht zijn geeft al aan dat ze uitzonderingspositie hebben. Van de Grote menigte wordt gezegd: - Niet te tellen (de 144.000 wel te tellen) - Dat ze uit alle natiën, stammen, volken en talen komen. (Dat maakt het al onmogelijk om ze te zien als de 144.000 als je de 144.000 letterlijk ziet, want dat waren toch Joden??). - ze lange witte gewaden dragen In vers 13 van Openbaring 7 wordt uitgelegd wie de grote menigte is - Ze hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. - Ze gered zijn uit de Grote verdrukking - De tent van God wordt over hen uitgespreidt zodat ze niet langer honger of dorst meer hebben en de zon zal ze niet meer verbranden - Ze worden geleid naar bronnen van levengevend water. - Verdriet zal worden weg gedaan De Bijbel geeft aan dat deze klasse er is. En het schept juist geen afstand tussen God en de mens. God had er voor kunnen kiezen om geen mensen te gebruiken in Zijn regering. Maar een mens weet als geen ander hoe het is als mens te zijn. Daarom vind ik het juist heel liefdevol om mensen een koningspositie te geven naast Jezus. Hoe weten we dat de 144.000 niet enkel uit Joden bestaat? Twaalf stammen met twaalfduizend verzegelden uit elke stam betekende een totaal van honderd vierenveertig duizend verzegelden. Juda, Ruben, Gad, Aser, Naftali, Manasse, Simeon, Levi, Issaschar, Zebulon, Jozef en Benjamin — die twaalf namen waren de apostel Johannes heel goed bekend. Aan de hand van de Schrift kon hij nagaan waarom de twee patriarchale namen Dan en Efraïm uit de lijst werden weggelaten. De patriarch Levi was een van de oorspronkelijke zonen van de patriarch Jakob, de zoon van Isaäk, de zoon van Abraham. Jehovah God scheidde de stam Levi van de rest van de natie Israël af nadat hij hen in 1513 v.G.T. uit slavernij in het land Egypte had bevrijd. Hij maakte de levieten tot een stam van geheiligde religieuze dienstknechten van zijn huis van aanbidding. Hierdoor kwam er een opengevallen plaats onder de stammen die het Beloofde Land in het Midden-Oosten zouden beërven. Hoe moest die worden aangevuld? Door bemiddeling van Jozef, de eerstgeboren zoon van Rachel, een vrouw van Jakob (of Israël). Wegens zijn getrouwheid aan God kwam Jozef in het bezit van het eerstgeboorterecht, dat hem door zijn vader Israël werd geschonken. In Egypte werd Jozef de vader van twee zonen, Manasse, de eerstgeborene, en Efraïm. Omdat de getrouwe Jozef het eerstgeboorterecht verwierf (1 Kronieken 5:1, 2), had hij recht op twee delen in de natie Israël. Hij verdiende het derhalve verantwoordelijk te zijn voor het bestaan van twee stammen in de structuur van de natie. Bijgevolg werd in het oude Israël geen der stammen van Israël naar Jozef zelf genoemd, maar desondanks had hij twee delen in de natie, want de stammen van zijn twee zonen Manasse en Efraïm werden tot wettelijk erkende stammen van Israël gemaakt. Wanneer in Openbaring 7:4-8 de twaalf stammen worden opgesomd, wordt de naam Efraïm echter weggelaten. In plaats daarvan wordt één stam naar zijn vader Jozef genoemd, en Efraïm, zijn tweede zoon, zou als vanzelfsprekend bij zijn vader Jozef inbegrepen zijn. Hierdoor werd aan Jozef de verantwoordelijkheid voor de stam van zijn zoon Efraïm overgedragen. Zo had Jozef zelfs in de lijst van twaalf stammen van verzegelde dienstknechten van de levende God twee delen, zoals de eerstgeboren zoon in Israël. Wij merken eveneens op dat in Openbaring 7:4-8 de naam Levi niet werd weggelaten uit de lijst van namen der twaalf stammen. In deze opsomming van 144.000 verzegelden zou de naam Levi geen stam kenmerken die speciaal was afgezonderd om de tempeldienstknechten voor Gods hele natie te zijn. Waarom niet? Omdat alle 144.000 verzegelden „priesters van God en van de Christus” worden (Openbaring 20:6). Daar de naam Levi bij het aantal namen der stammen is inbegrepen, zou de naam Dan, een van Israëls oorspronkelijke twaalf zonen, weggelaten moeten worden. Zijn naam werd niet weggelaten wegens een of ander speciaal vooroordeel tegen de stam Dan uit de oudheid, want Simson, de zoon van Manoah, een der rechters van het oude Israël, behoorde tot de stam Dan (Rechters, de hoofdstukken 13-16; Hebreeën 11:32). Ten bewijze hiervan komt in deopsomming in Ezechiël 48:30-35, waar de twaalf stammen van Israël worden genoemd waarvan de namen op de twaalf poorten van de profetische stad Jehovah-sjammah („Jehovah zelf is daar”) staan, de naam Dan voor. Hoewel de naam van deze stam dus niet onder de 144.000 verzegelden wordt aangetroffen, zal die naam in Jehovah’s nieuwe samenstel van dingen een eervolle toepassing hebben. Toen de apostel Johannes omstreeks 96 G.T. de Openbaring ontving, waren er drieënzestig jaar verstreken sinds de natie van het natuurlijke, besneden Israël destijds in 33 G.T. door Jehovah God door bemiddeling van Jezus Christus was verworpen. Er waren ook zestig jaar verstreken sinds in 36 G.T., bij de kerstening van de Italiaanse hoofdman over honderd, Cornelius van Cesaréa, het christelijke goede nieuws en de gelegenheid om het koninkrijk binnen te gaan, tot de niet-joden of heidenen was gericht. Hij en nog andere gelovige heidenen met hem ontvingen toen de heilige geest waarmee de „uitverkorenen” van God worden verzegeld (Matthéüs 23:37-39; Handelingen 10:1 tot 11:18; Romeinen 11:5-25). Dit kwam doordat slechts een „overblijfsel” van de natuurlijke, besneden joden of Israëlieten het zegel van Gods heilige geest ontving. De rest van het aantal der verzegelden moest dus worden gevormd door getrouwen die uit de heidenen werden gekozen. Sinds er in 36 G.T. onbesneden heidenen tot de gelederen der verzegelden werden toegelaten, heeft Jehovah God geen vleselijke natie van het natuurlijke Israël gehad. In plaats daarvan is er sindsdien een geestelijk „Israël Gods” geweest. De leden ervan zijn geestelijke Israëlieten. — Galáten 6:15, 16. Dat iemand een natuurlijke, besneden Israëliet of jood is, wil nog niet zeggen dat hij automatisch een lid van het geestelijke „Israël Gods” is. Met betrekking tot dit geestelijke Israël Gods geldt datgene wat de apostel Paulus destijds omstreeks 56 G.T. in zijn brief aan de christenen te Rome vermeldde: „Niet allen die uit Israël voortspruiten, zijn werkelijk ’Israël’. Evenmin zijn zij allen kinderen omdat zij Abrahams zaad zijn, maar: ’Wat „uw zaad” genoemd zal worden, zal door Isaäk zijn.’ Dat wil zeggen: de kinderen in het vlees zijn niet werkelijk de kinderen van God, maar de kinderen der belofte worden als het zaad gerekend” (Romeinen 9:6-8;Genesis 21:12). Sinds het jaar 36 G.T. is hetgeen een persoon van nature volgens het vlees is, voor Jehovah God geen bepalende factor waardoor zo iemand een lid van de144.000 verzegelden wordt. Hij kan zelfs uit een niet-jood of onbesneden heiden een geestelijke Israëliet maken. Het is precies zoals hij de apostel Paulus onder inspiratie aan de christenen te Rome, onder wie zich ook onbesneden heidenen bevonden, liet schrijven: 24 „Niet hij is een jood die het uiterlijk is, noch is besnijdenis dat wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt. Maar hij is een jood die het innerlijk is, en zijn besnijdenis is die van het hart, door geest, en niet door een geschreven reglement.” — Romeinen 2:28, 29. Vanuit dit standpunt bezien, is zelfs een natuurlijke besneden jood of Israëliet die geen lid van het geestelijke „Israël Gods” is, geestelijk gesproken, een heiden of niet-jood. Op grond hiervan kon de apostel Johannes gelast worden aan de gemeente van geestelijke Israëlieten in de oude stad Filadélfia in Klein-Azië te schrijven: „Zie! Hen die tot de synagoge van Satan behoren, die zeggen dat zij joden zijn en het evenwel niet zijn, maar liegen, zal ik geven — zie! ik zal hen doen komen en hulde voor uw voeten doen brengen en hen doen weten dat ik u heb liefgehad” (Openbaring 3:9). Omdat er zo’n scherp onderscheid wordt gemaakt tussen iemand die slechts in naam en volgens het besneden vlees een jood of Israëliet is en iemand die een geestelijke Israëliet is, helpt dit ons begrijpen dat de twaalf stammen van de144.000 verzegelden het geestelijke „Israël Gods” zijn, en niet 144.000 die oorspronkelijk natuurlijke besneden Israëlieten of joden waren. Verdere aanwijzingen dat ze als koningen zullen regeren In Openbaring 7:4-8 wordt, afgezien van het feit dat de 144.000 met het „zegel van de levende God” worden verzegeld, niets gezegd over het doel of de plaats van deze geestelijke Israëlieten in de uiteindelijke regeling van Jehovah God. Dit kan echter worden vastgesteld door hetgeen verderop in de Openbaring aan de apostel Johannes wordt gezegd. In hoofdstuk eenentwintig krijgt Johannes een visioen van de Bruid van Christus, „de vrouw van het Lam”. Zij wordt afgebeeld als een stralende stad die van God uit de hemel neerdaalt en het Nieuwe Jeruzalem wordt genoemd. Wanneer Johannes deze schitterende hemelse stad beschrijft, zegt hij vervolgens: „Ze had een grote en hoge muur en had twaalf poorten, en bij de poorten twaalf engelen, en er waren namen op gegrift, welke die van de twaalf stammen der zonen Israëls zijn. . . . De muur van de stad had ook twaalf fundamentstenen en daarop detwaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.” — Openbaring 21:2, 9-14. De poorten van deze bruidstad, het Nieuwe Jeruzalem, dienden dus opdat de twaalf stammen van de zonen van Israël erdoor zouden binnengaan. Aangezien dit niet het aardse Jeruzalem uit de oudheid maar het hemelse Nieuwe Jeruzalem is, moeten deze twaalf stammen van de zonen van Israël die toegang tot deze symbolische stad verwerven, de twaalf stammen van Israël zijn die in Openbaring 7:4-8 worden genoemd. Hieruit blijkt dat het doel van de daar genoemde twaalf stammen is, een hemelse regering te vormen die, in haar geheel, dienst zal doen als „de bruid, de vrouw van het Lam”. Bovendien wordt er duidelijk vermeld welke officiële positie degenen bekleden die door deze parelpoorten, die door engelen worden bewaakt, binnengaan. Johannes zegt: „En de twaalf poorten waren twaalf parels; elk van de poorten was gemaakt uit één parel. . . . En de natiën zullen bij haar licht wandelen, en de koningen der aarde zullen hun heerlijkheid in haar brengen. En haar poorten zullen overdag nooit worden gesloten, want nacht zal daar niet bestaan” (Openbaring 21:21, 24, 25). Ah, juist, de 144.000 verzegelden van de twaalf stammen van het geestelijke Israël zullen allen „koningen der aarde” zijn, en zij zullen de enigen uit de natiën der aarde zijn die deze hemelse regering, het Nieuwe Jeruzalem, zullen binnengaan doordat zij een geestelijke opstanding uit de doden tot onsterfelijk leven in de hemel ontvangen (1 Korinthiërs 15:22-53). Daar zij zo’n koninklijke positie bekleden, kunnen zij, allen te zamen, een „bruid” vormen die in rang past bij het Lam, Jezus Christus, die zelf een hemelse Koning is, gezeten aan de rechterhand van Jehovah God. Men moet ook bedenken dat de engel die het zegel van de levende God had, deze 144.000 verzegelden „de slaven van onze God” noemt (Openbaring 7:3). Dat zij in het hemelse Nieuwe Jeruzalem als koningen dienst zullen doen, wordt uitdrukkelijk vermeld wanneer de apostel Johannes zijn beschrijving van de heilige stad besluit. In tegenstelling tot het ontrouwe aardse Jeruzalem zal het nooit een vervloekte stad worden maar voor altijd een gezegende stad en een zegen voor de gehele mensheid zijn. „En er zal geen enkele vervloeking meer zijn”, schrijft Johannes. „Maar de troon van God en van het Lam zal in de stad zijn, en zijn slaven zullen heilige dienst voor hem verrichten; en zij zullen zijn aangezicht zien, en zijn naam zal op hun voorhoofd zijn. Ook zal er geen nacht meer zijn, en zij hebben geen lamplicht nodig, noch hebben zij zonlicht, want Jehovah God zal hen verlichten, en zij zullen als koningen regeren tot in alle eeuwigheid” (Openbaring 22:3-5). De 144.000 verzegelde slaven van de levende God worden de „koningen der aarde” die als enigen door de twaalf parelpoorten waarop de namen van de twaalf stammen van Israël staan, het hemelse Nieuwe Jeruzalem binnengaan. Eventjes tot zover Bron: Dan is Gods mysterie voleindigd’ blz. 106-107
  9. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Christus Romeinen 6:5 zegt iets dergelijks 5 Als we één met hem zijn geworden door te sterven zoals Hij, zullen we zeker ook één met hem zijn doordat we worden opgewekt zoals Hij.5 Als we één met hem zijn geworden door te sterven zoals hij, zullen we zeker ook één met hem zijn doordat we worden opgewekt zoals hij. Ik zou het moeten onderzoeken, maar het lijkt me bestemd voor de gezalfden.
  10. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    In ieder geval gaat het over dat Hij dezelfde macht krijgt als Zijn Vader, in ieder geval de duizend jaar. Denk dat je daar gelijk in hebt.
  11. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Zou niet weten waar ik vastgelopen ben. via de Geest die van Zijn Vader komt. Dus Jehovah -->Geest-->Jezus-->Geest-->mens
  12. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Wat betreft kennis van goed en kwaad. Ik snap het wel, maar dat is toch heel iets anders dan een Drieëenheid he. De Vader is God, de Zoon is God en de Heilige Geest is God, maar deze drie zijn toch één GOD. Dat is wat de Drieëenheid zegt. Dat wij één zijn met Christus is iets anders. Dat is één in doel: het heiligen van Gods Naam en het bevorderen van Gods Koninkrijk. Hier speelt Gods Geest natuurlijk een grote rol, maar we zijn niet één in Wezen zoals de Drieëenheidsleer zegt. Kijk maar naar het modelgebed. Vader in de hemel, UW NAAM WORDE GEHEILIGD, UW KONINGKRIJK KOME.... Van de gezalfden, de 144.000 wordt gezegd dat ze op tronen zitten en samen met Christus regeren 1000 jaar lang. Dus het is geen loze belofte. Op de troon van Jehovah zitten hebben elders al uitgelegd. De koningen van Israël zaten ook op de troon van Jehovah. Het is dus niet zo dat Jehovah niet meer op een troon zit.
  13. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Nee, want de Geest is geen persoon. 2Kor 3:17 Jehovah is de Geest, en waar de geest van Jehovah is, daar is vrijheid. 18 Met ongesluierde gezichten weerkaatsen wij allemaal als spiegels de glans van Jehovah. We worden veranderd in hetzelfde beeld, met meer en meer glans, precies zoals dat wordt gedaan door Jehovah, de Geest. Jehovah is de Vader. Nee, en jij ook niet want dat voldoet aan de omschrijving van de Drieeenheid. We zijn geen goden. Een zijn in doel, namelijk het heiligen van Jehovah’s naam en het bevorderen van Gods Koninkrijk. Allemaal verbonden in Christus.
  14. sjako

    Laatste dagen - Openbaring

    Na Zijn martelingen, doornenkroon, de steek in Zijn zij denk dat het wel om meer dan 4 wonden gaat.
  15. sjako

    tucker stopt als moderator

    Snap het helemaal. Als moderator doe je het nooit goed.
  16. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Jezus vergeleek ook God met een wijngaardenier. Het is om dingen te verduidelijken. Een afdruk is een afdruk. De afdruk is niet de stempel. Jezus weerspiegelt in alles God, dag is wat Paulus wil zeggen. Precies wat ik zeg, weerspiegelt.
  17. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Je onderstreept het al, een afdruk van God. Een afdruk is niet het origineel. Jezus weerspiegelt in alles God. Maar is dus niet God zelf. Wat heb jij liever 100 euro of een afdruk van 100 euro? De Vader en de heilige Geest zijn één en dezelfde. De heilige Geest is Gods werkzame kracht, Jezus spreekt de woorden van Zijn Vader, Jehovah. De schepping loopt ook via Jezus. In Genesis staat dat de Geest over de wateren zweefde. Jezus gebruikt Jehovah’s Geest om dingen te bewerkstelligen. Bij de opstanding van Lazarus dankte Hij Zijn Vader en gaf Zijn Vader de eer.
  18. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Maar dat is wel wat er wordt bedoeld, gezien de context. Christenen moeten één zijn zoals ook de Vader en Christus één zijn. We kunnen geen miljoeneenheid vormen, dus moet het wel één zijn in doel etc, dus in eendracht.
  19. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    De uitdrukking ’Ik ben’ wordt daar als een titel of een naam gebruikt en in het Hebreeuws is dit het ene woord Ehjéh (אהיה). Jehovah God sprak daar tot Mozes en zond hem tot de kinderen Israëls. Wel, beweerde Jezus nu in Johannes 8:58 dat hij Jehovah God was? Volgens vele moderne bijbelvertalers niet, zoals de volgende aanhalingen zullen bewijzen: Moffatt: „Ik heb bestaan voordat Abraham werd geboren.” Schonfield en An American Translation: „Ik bestond voordat Abraham werd geboren.” Stage (Duits): „Voordat Abraham geworden is, was ik.”* Pfäfflin (Duits): „Voordat er een Abraham was, was ik er reeds!”* G. M. Lamsa, die uit de Syrische Pesjitta vertaalt, en de Leidsche Vertaling, zeggen beide: „Eer Abraham werd geboren, was ik.” Dr. J. Murdock, die ook uit de Syrische Peshitto Version vertaalde, zegt: „Voordat Abraham bestond, was ik.” De Braziliaanze Heilige Schrift, uitgegeven door het Katholieke Bijbelcentrum van São Paulo, zegt: „Eer Abraham bestond, bestond ik.” — 2de uitgave van 1960, Bíblia Sagrada, Editora „AVE MARIA” Ltda.* Wij moeten er ook aan denken dat, toen Jezus zich tot deze joden richtte, hij in het Hebreeuws van zijn tijd sprak en niet in het Grieks. Hoe Jezus de woorden van Johannes 8:58 precies tot de joden heeft gesproken, wordt ons in de moderne vertalingen van Hebreeuwse geleerden die het Grieks in het Hebreeuws van de bijbel hebben vertaald, als volgt voorgesteld: Dr. F. Delitzsch: „Voordat Abraham was, ben ik geweest.”* I. Salkinson en D. Ginsburg: „Ik ben geweest toen er nog geen Abraham was geweest.”* In deze beide Hebreeuwse vertalingen gebruiken de vertalers voor de uitdrukking „ik ben geweest” twee Hebreeuwse woorden, een voornaamwoord en een werkwoord, namelijk aní hajíthi; zij bezigen niet het ene Hebreeuwse woord: Ehjéh. Wij kunnen hieruit dus niet opmaken dat Jezus in Johannes 8:58 Jehovah God trachtte te imiteren en ons de indruk wilde geven dat hijzelf Jehovah, de ’Ik ben’, was. In welke taal schreef Johannes zijn verslag over het leven van Jezus Christus? In het Grieks, niet in het Hebreeuws, en in de Griekse tekst luidt de omstreden uitdrukking Egó eimi. Geheel op zichzelf staand, zonder enige voorafgaande inleiding, betekent Egó eimi „ik ben”. Nu komt deze uitdrukking Egó eimi ook in Johannes 8:24, 28 voor; in deze verzen geeft de Statenvertaling deze uitdrukking weer door „Ik die ben”, terwijl de Authorized of King James Version, de Douay Version en nog andere Engelse vertalingen dezelfde uitdrukking met „I am he” vertolken, waarbij de voornaamwoorden „die” en „he” cursief zijn gedrukt om aan te duiden dat deze woorden zijn toegevoegd of ingelast (KJ, AS, Yg). Maar hier in Johannes 8:58 geven deze vertalingen dezelfde uitdrukking niet weer door „Ik (die) ben” („I am he”), maar alleen door „Ik ben” („I am”). Zij willen ons blijkbaar het idee geven dat Jezus niet slechts naar zijn eigen bestaan verwees maar zichzelf, in nabootsing van Exodus 3:14, ook een titel gaf die aan Jehovah God toebehoort.* Toen Johannes 8:58 geschreven werd, heeft de apostel niets uit de Griekse Septuaginta Vertaling — een voor de geboorte van Christus door Grieks sprekende joden uit Alexandrië in Egypte vervaardigde vertaling van de Hebreeuwse Geschriften — aangehaald. Laat een ieder die Grieks kan lezen Johannes 8:58 in het Grieks en Exodus 3:14 in de Griekse Septuaginta met elkaar vergelijken en men zal zien dat de Septuaginta in zijn weergave van Exodus 3:14 niet de uitdrukking Egó eimi voor Gods naam gebruikt, wanneer God tot Mozes zegt: „’Ik ben’ zendt mij tot u.” De Griekse Septuaginta gebruikt de uitdrukking hò Oon, hetgeen „De Zijnde” of „Degene die is” betekent. Dit feit komt duidelijk naar voren in Bagsters vertaling van de Griekse Septuaginta van Exodus 3:14, die luidt: „En God sprak tot Mozes, zeggende, Ik ben DE ZIJNDE [hò Oon]; en hij zei, Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen, DE ZIJNDE [hò Oon] heeft mij tot u gezonden.” Volgens Ch. Thomsons vertaling van de Griekse Septuaginta luidt Exodus 3:14: „God sprak tot Mozes zeggende, Ik ben De Ik Ben [hò Oon]. Bovendien zei hij, Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen, De Ik Ben [hò Oon] heeft mij tot u gezonden.”* Door dus deze twee Griekse teksten, die in de Septuaginta en die Johannes 8:58, met elkaar te vergelijken, verliezen de trinitariërs elke grond voor hun betoog dat Jezus in Johannes 8:58 probeerde Exodus 3:14 op zichzelf van toepassing te brengen, alsof hij Jehovah God was. O ja, de Griekse uitdrukking hò Oon komt in de geschriften van de apostel Johannes ook voor. Wij vinden deze in de Griekse tekst van Johannes 1:18; 3:13 (SV, Lu, PC), 3:31; 6:46; 8:47; 12:17; 18:37, maar niet als een titel of naam, terwijl ze in vier van deze verzen niet op Jezus maar op andere personen van toepassing is. In de Openbaring of Apokalypse gebruikt de apostel Johannes de uitdrukking hò Oon echter vijf maal als een titel of aanduiding en wel in Openbaring 1:4, 8; 4:8; 11:17;16:5. In alle vijf gevallen wordt de uitdrukking hò Oon evenwel op Jehovah God de Almachtige toegepast en niet op het Lam Gods of het Woord Gods. 23 Openbaring 1:4, 8 luidt bijvoorbeeld: „Johannes aan de zeven gemeenten in Asia: genade zij u en vrede van Hem, die is [hò oon] en die was en die komt, en van de zeven geesten, die vóór zijn troon zijn.” „Ik ben de alpha en de oméga, zegt de Here God, die is [hò oon] en die was en die komt, de Almachtige.” Openbaring 4:8 past hò oon toe op de Here God Almachtig op zijn hemelse troon en Openbaring 5:6, 7 toont dat het Lam Gods pas later tot hem komt. Openbaring 11:17 past hò oon toe op de Here God Almachtig wanneer hij zijn macht opneemt om als koning te regeren. Openbaring 16:5 brengt hò oon van toepassing op de Here God wanneer hij als rechter optreedt. Aldus kan de geestelijkheid Johannes 8:58 niet langer gebruiken als een bewijs voor het bestaan van een „drieënige God”, want in dat vers zei Jezus slechts — zoals juist vertaald door dr. J. Moffatt, de Leidsche Vertaling en andere — dat hij een voormenselijk bestaan bij zijn Vader in de hemel had gehad en dat dit voormenselijke bestaan was begonnen, voordat Abraham werd geboren. Bron: wachttoren 1962 15/12 blz. 746-747 Duidelijk verhaal lijkt me toch.
  20. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Als Meesterwerker met de geest van Zijn Vader ja. Alles is geschapen via Jezus idd. Maar uiteindelijk komt alle kracht en ook Jezus zelf van de Vader af, zoals Jezus zelf zegt 'de enige ware God'.
  21. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    De meeste moderne wetenschappers dan ook niet, dus ben in goed gezelschap. Het is gewoon een mislukte poging om de Drieeenheid te ‘bewijzen‘.
  22. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Nou, dan is: ‘voordat Abraham er was, was ik er al’ toch een prima vertaling, zoals de meeste moderne vertalingen dat doen.
  23. sjako

    Het boek der Openbaring en haar betekenis

    Het is geen Nederlands. Het kan er letterlijk zo staan, maar het past niet in de situatie, dus kan je het niet letterlijk zo vertalen. En dat doen de meeste, niet op de SV gebaseerde, moderne vertalingen dan ook. En dan heb je het probleem nog met de blinde man die precies hetzelfde zei, en die beslist God niet is. Trouwens ‘Ik ben’ voor de Godsnaam kan je ook nog over discussiëren of dat de lading dekt.
  24. sjako

    De Rijke man en Lazarus, letterlijk of figuurlijk opvatten?

    Wat denk je zelf? Bestonden er Koninkrijkszalen de eerste eeuw? Zo noemen we nu onze bijeenkomstplaats. Nu op het moment is het Zoom. Maar het kan ook ergens in een schuur oid. Als je maar bij elkaar komt.
×

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid