Spring naar bijdragen
Ursa

[Speltopic] Het festival van Wakkerdam

Aanbevolen berichten

Redelijk ontspannen voor de situatie zat Cara naar de menigte te kijken. Iemand ging naast Alfred staan. Het was Bram. Bram zonder pinken. Geen slechte keus, vond ze. Bram was niet dom en best een prettige kerel. De nieuwe burgemeester was dus gekozen en Cara vroeg zich af wat ze nu zou doen.

Haar maag knorde. Eten. Ze had inmiddels erg trek gekregen, en de katten wellicht ook.

'Kom kindertjes!', zei ze zangerig tegen de katten terwijl ze opstond, 'we gaan eens zien waar er wat eten te halen is!'

De beesten sprongen van haar schoot en liepen haar mauwend achterna. Het leek alsof alle oproer haar niets kon deren, maar dat was maar schijn. Ze wilde er nu gewoon nog even niet meer aan denken, ze kon de dode burgemeester er toch niet levendiger op maken dan hij nu was. Bijna dansend liep ze terug naar de herberg.

In de herberg was het aardig leeg. De waard of een bediende zag ze niet, dus hielp ze zichzelf aan wat brood, kaas en melk. Ze zou nog wel geld achterlaten ter betaling. Een tafeltje in de hoek beviel haar wel, dus daar ging ze zitten en at en dronk wat, samen met de katten.

'We zien wel wat er gaat gebeuren,' zuchtte ze tegen de katten, 'ik hoop dat het nu wat rustiger blijft, al wellicht zijn de dorpelingen zo stom om gelijk al een zondebok aan te wijzen en te doden. We zien het nog wel.'

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

En voor hij het wist was hij uitgeroepen tot burgemeester. Het was allemaal niet echt overtuigend, maar de meest vocale groep had zijn naam geroepen, en anderen hadden die kreet overgenomen. En nu was hij dus leider van Wakkerdam. Hij haatte zijn nieuwe functie nou al, maar besloot om het er toch maar mee te doen. De van bloed ontdane ambtsketen werd hem omgehangen, om het nog eens extra officieel te maken. En wat nu, dacht Bram, hij was een jager, dus hij kon zich een beetje inleven in andere predatoren, zoals weerwolven bijvoorbeeld, maar verder had hij geen idee wat hij moest doen.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

[uit de rol: excuses; druk, computerloos weekend.]

Mayke was erg geschrokken van het tumult van de afgelopen dagen. Het ging ook allemaal zo snel. Eerst de burgemeester weg, toen een nieuwe burgemeester gekozen.. Pfoe hee! Ze besloot om vandaag er maar een gewone dag van te maken, want het feest zou wel niet door gaan. En dus begon Mayke met het bakken van brood zodat haar winkel open kon. De dorpelingen moesten immers ook eten.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Er zat waarempel iemand in de herberg. Asa, die door het tumult wat opgehouden was (ze was wel zo nieuwsgierig dat ze wilde weten wat er was gebeurd), kwam de herberg binnen. Het was Cara, de vrouw met de katten.

"Hallo," groette ze met een flauwe glimlach en liep vervolgens naar achteren om schoonmaakspullen te halen. Met een bezem en een emmer water kwam ze terug. "Vreselijk vind je niet?" vroeg ze. "Ik bedoel... ze hebben het over weerwolven. En de burgemeester.."

Asa was niet zo goed in het op gang brengen van gesprekken, maar ze was wel erg benieuwd wat de ander erover te zeggen had.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

# GM note: kleine correctie in de stemmingsuitslag:

UITSLAG STEMMING BURGEMEESTER:

- ilsefecit: blanco

- WonderfulStar: MarinusCopy

- Minifan: Floes

- MarinusCopy: tucker

- annzie: Chealder

- Chealder: ilsefecit

- tucker: MarinusCopy

- Pinkeltje: blanco

- Archillion: MarinusCopy

- Joëlle: blanco

- Floes: blanco

- Yrmahon: blanco

Waarmee MC een nog groter mandaat heeft. :#

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Cara keek op toen iemand de herberg binnen kwam. Het was Asa, een medewerker van de herberg.

'Goedemorgen,' zei Cara met een lichte glimlach, 'al kunnen we dat goed wellicht beter weglaten.'

Ze keek naar Asa terwijl ze schoonmaakspullen pakte.

'Ja, het is vreselijk,' antwoordde ze, 'en ik had vanochtend al zo eng gedroomd! Ik weet niet wat ik er verder nog van moet denken. Als het inderdaad weerwolven zijn dan hoop ik dat het bij één slachtoffer blijft, al betwijfel ik dat. De burgemeester is nu dood en Bram is gekozen als zijn vervanger. Ik hoop dat hij het wel overleeft.'

Cara nam een hap van haar brood.

'Trouwens,' sprak Cara toen haar mond bijna leeg was, 'ik heb wat eten gepakt, zoals je ziet. Ik betaal er zo wel voor hoor, hoop alleen dat je het niet erg vindt. Er was immers niemand.'

Ze keek weer naar de katten die rustig van de melk dronken en stukjes kaas aten. Haar gezicht stond strak terwijl ze na dacht over de situatie. In eens keek ze weer op en keek Asa strak aan.

'Wat denk jij verder van deze hele situatie?'

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Bram de burgemeester... Het kon slechter uitvallen, vond Therea. Als hij maar sterk in de schoenen zou staan. Er was iets aan hem dat haar daarover deed twijfelen, want hij leek het verraste effect op zijn gezicht wat te spelen alsof hij het op voorhand al had geweten, maar ze gaf hem het voordeel.

Toen de grote paniek wat weggeëbt was, trok Therea naar de herberg, want daar was nog werk genoeg van gisteren. Asa was er ook pas aangekomen. Therea hoorde Asa praten met Cara, die rare vrouw. Of was het roddelen? Ach, Therea ging resoluut aan het werk.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

"Ik weet niet," zei Asa aarzelend. Ze was bang. En iedereen in het dorp leek te denken dat de moordenaars van de burgemeester in of bij het dorp waren geweest. Als dat zo was, wie kon je dan vertrouwen? Cara wilde ze wel vertrouwen, al was het maar omdat zij katten had. Weerwolven hielden vast niet van katten. "Hoe moeten we nou weten wie het hebben gedaan? Niemand zal het toelaten. En we kunnen niet iedereen zomaar ophangen!" vond ze. Het was de langste zin die ze in tijden had gesproken.

Therea kreeg een grote glimlach bij haar binnenkomst. Asa was ook op Therea gesteld. Haar kon ze vertrouwen, dat wist ze. Hoe vaak had Therea haar al niet geholpen.

"Ik moet weer aan het werk," zei Asa verontschuldigend. Zij kon niet met klanten praten terwijl Therea hard aan het werk was.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Zin om alleen te zijn had Lochlar op het moment niet. Hij voelde zich zelfs niet meer veilig in zijn eigen huis, daarom trok hij maar weer het dorp in. Hij zag dat er meerdere dorpelingen naar de herberg waren gevlucht om een beetje uit te rusten van de grote schrik. Plus dat niemand op het moment alleen wou zijn. Iedereen die alleen liep was volgens hem verdacht. Behoedzaam liep Lochlar naar de herberg waar hij rustig naar binnen stapte en de aanwezige mensen vriendelijk groette. Hij kende het hier wel, de mensen waren altijd gezellig, zelfs nu in de tijd van angst.

Zuchtend van de stress plofte Lochlar neer en bestelde een grote beker ale. Tijden als deze vroegen om wat sterke drank om je zorgen te doen vergeten.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

"Hé, Lochlar, zou je dat wel doen zo vroeg op de ochtend?" vroeg Therea met een dun lachje, maar enigzins wel bezorgd. Lochlar kon wel wat overdrijven met drinken. "Is de kudde nog intact?" Lochlar antwoordde dat de beesten weg waren gebleven van de geiten en dat alles dus in orde was. "Pff, gelukkig!" antwoordde Therea. Ze bestudeerde Lochlar's gezicht, hij zat er roerloos bij. Ze wist eigenlijk niet zoveel over hem, maar hij leek wel op een typische herder. Hopelijk zou de burgemeester ook een goede herder voor zijn schapen zijn.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Cara speelde met een zilveren munt in haar vingers.

'Het punt is,' zei ze, 'dat weten we niet.'

Ze zag Lochlar binnen komen en groette hem vriendelijk terug. Een goede jongen, vond ze, een herder. En herders waren vaak niet zo snel bang voor roofdieren. Ze moesten immers hun dieren kunnen beschermen.

'Dus', vervolgde ze haar zin terwijl ze de munt beetpakte, 'moeten we het lot wellicht laten beslissen.'

Met een zachte tik zette ze de munt op tafel, op z'n kant, en hield het met één vinger in balans. De katten keken op en staarde naar de munt. Met haar andere hand gaf ze de munt met haar wijsvinger een tik zodat deze hard rond begin te draaien. Dorcha, de zwarte kat, was erg geïntrigeerd door de munt en wilde zijn klauw uitsteken om de munt te pakken.

'Hoo!', zei Cara ferm tegen de kat en stak haar wijsvinger bestraffend op zodat de kat zijn poging staakte. De munt tolde rond en rond en ging dansend heel de tafel over. Langzamer en langzamer, tot het uiteindelijk met een zachte rinkel op de tafel stil bleef liggen. Toen pas wendde Cara haar blik van de zwarte kat af, legde de nog uitgestoken wijsvinger op de munt en trok deze naar haar toe om het resultaat te zien. Munt. Het zilveren muntstuk was op de munt-kant gevallen.

Cara staarde naar het zilveren voorwerp. Het was munt. Met geknepen ogen bleef ze naar het voorwerp staren en dacht na.

Als bevroren bleef ze zo even zitten terwijl ze schijnbaar heel diep nadacht. Na een tijdje verschoof ze en tikte met haar vingers op tafel, wellicht om het denkprocess bevorderen. Toen ze daar ook genoeg van had, ging ze weer wat meer onderuit gezakt op haar stoel zitten.

'Munt,' zei ze, 'het is munt geworden.'

Ze keek de twee katten aan, alsof ze net tegen hen gesproken had en een reactie verwachtte. Haar ogen bewogen van de ene kat naar de andere, en bleven toen rusten op de gevlekte kat.

'Dus Spotaí,' zei ze tegen de kat, 'wat betekend dit?'

De gevlekte kat keek haar met een strakke, maar lege blik aan, keek toen even naar de munt en gelijk weer naar Cara.

'Ja, zeg het maar,' zei Cara.

Spotaí mauwde zachtjes, voelde zich ongemakkelijk over hoe Cara hem aankeek.

'Juist, heel goed Spotaí. Heel knap. Dat weten we inderdaad niet. Wij weten namelijk niet wat munt betekend, maar wellicht dat het iets te betekenen heeft.'

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Bram als burgemeester.. mooi. Geregeld. Maar dat neemt de vraag nog niet weg wie de vorige heeft doodgedaan. Veel was er van de oude burgemeester blijkbaar niet over. Ik houd niet van geheimzinnigheid.. en niet van mensen die uiteenstuiven om maar niet verdacht te zijn. Vooral die stille jongens zijn mij te stil. Maar goed.

William zet zich tegen een boom in de schaduw van het dorpsplein.. het isveel te warm om je druk te maken vandaag. :Z

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Zijn eerste dag als burgemeester was gelijk interessant. Het dorp was een kruitvat wat op het punt stond om te ontploffen. Iedereen was bang en achterdochtig, en met reden, omdat iedereen wist dat weerwolven dicht bij hun prooi woonden. Heel erg dicht bij hun prooi woonden. Als in: een van de dorpsbewoners was waarschijnlijk de weerwolf. Als het al om één weerwolf ging natuurlijk. En al die spanning ging natuurlijk uitlopen op moord en doodslag....

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

De weerwolf stond aan de rand van de groep mensen op het dorpsplein. In het midden stond Bram, de nieuwe burgemeester, de stemming te dirigeren. De weerwolf lachte in diens klauw. De burgers in dit dorp waren onwetende dwazen, gemakkelijke prooien voor de weerwolven. Zelfs nu ze moesten stemmen wie de weerwolf zou zijn, waren ze onderling verdeeld en wantrouwden ze elkaar. Ah... de burgemeester van gisteren was maar magertjes geweest, smaakte naar meer. De weerwolf verheugde zich op de nacht, de nacht waarin de wolven heersten... de stemming werd gehouden en Bram maakte de uitslag bekend.

UITSLAG STEMMINGSRONDE NR. 1:

ilsefecit: Archillion

WonderfulStar: annzie

Minifan: Archillion

MarinusCopy: Minifan

annzie: tucker

Chealder: WonderfulStar

tucker: Minifan

Pinkeltje: ilsefecit

Archillion: Minifan

Joëlle: blanco

Floes: WonderfulStar

Yrmahon: blanco

***

Alfred keek angstig om zich heen. Argwanende blikken richtten zich op hem. 'Was hij niet degene die 'ontdekte' dat de burgemeester vermoord was?' werd er geroepen. 'Ja!' En: 'hoe weet hij zoveel over weerwolven? Hij is er vast zelf één!' Dreigend kwamen de dorpelingen op Alfred af, die ineen dook. 'Ik-ik ben geen weerwolf!' wist hij uit te brengen, 'ik b-ben een burger, net als jullie!' Het mocht echter niet meer baten. Bram de burgemeester maande de dorpelingen tot kalmte. 'De stemming is geschied', zo zei hij, 'en Alfred de klerk is verdacht bevonden. Haal de smid!' De smid, die ook wel iets van weerwolven afwist, had een bijl gesmeed, van ijzer gemengd met zilver. Dat zou de weerwolven wel temmen. Hij kwam aangelopen met het wapen en sommigen deinsden wat terug voor het wapen. Alfred werd door twee potige dorpsgenoten op de rots gelegd en Ogmios hief de bijl. Alfred lag snikkend op de rots, zijn laatste woorden voor de bijl omlaag zwiepte waren 'Bella...'

Minifan is gedood. Hij was Burger.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

De avond van het Waakfeest naderde. De burgers van Wakkerdam waren, ondanks de versieringen door het dorp, amper in de stemming voor een feestje. De angst zat er nu goed in. De weerwolf of misschien wel weerwolven hadden ze niet te pakken gekregen, en de enige die iets meer verstand had van weerwolven was zojuist geëxecuteerd. Er zou weinig geslapen worden deze nacht. Dichter bij hun verre voorouders dan ze misschien zelf dachten bereidden de dorpelingen zich voor door te waken en wapens bij zich te hebben in de nacht. Maar zou het genoeg zijn?

Om maar iets te doen besloot Therea de vertrekken van de klerk op te ruimen. Het arme mannetje zou zijn spullen niet meer nodig hebben. Alfred had bescheiden gewoond, een klein kamertje naast de bibliotheek. Therea moest ondanks haar stemming toch even glimlachen om de typische rotzooi van een alleenstaande man. Het kamertje was slordig, hier en daar lagen wat kleren en andere voorwerpen, een kaarsenstander in de vensterbank. Ze besloot het maar netjes te maken, misschien als laatste eerbetoon. Toen ze het kamertje weer uitkwam vond ze een dik boek op de katheder. Ze ging er na toe en bekeek de opengeslagen pagina. De tekst zei haar niet zo veel, woorden uit de taal van geleerden. Dat was haar maar hocus pocus. De afbeelding echter trok haar aandacht: een wolf-man! Een weerwolf... haastig ging ze op zoek naar iemand die de oude taal zou kunnen lezen.

Ondertussen viel de nacht over Wakkerdam. De mensen waakten in hun huizen en zochten elkaar op. Gewapend met een zware ijzeren staaf lag Lochlar in het hok bij zijn geitjes. Een flinke weerwolf die vannacht zich aan zijn geitjes zou vergrijpen...

GM Mededelingen

Het is nacht. Het is nu aan de ziener en de weerwolven hun keuze door te geven (drie stemmen!). Daarvoor hebben ze in principe tot morgenochtend (woensdag) 11:00 u de tijd.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Cara zat nog achterover geleund naar de voorspellende zilveren munt in haar vingers te staren toen ze buiten onrust hoorde. Maar ze was moe, ondanks dat het nog niet zo laat was, en bij een uitzondering dan ook nog wel eens lui, dus ze keek de katten aan.

'Dorcha,' zei ze tegen de zwarte kat, 'ga jij eens buiten kijken wat er aan de hand is.' Ze draaide haar pols van de hand waar ze een wijsvinger van opstak met een lichte zwaai richting de deur. Dorcha staarde haar aan en mauwde zachtjes. Cara zuchtte. 'Ik heb ook niks aan jou,' zei ze hoofdschuddend, maar niet onvriendelijk. Dus stond ze zelf maar op, pakte haar staf bij de knop en liep naar de deur van de herberg.

In de deuropening bleef ze even staan en keek richting het plein. De mensen op de straat praatten onrustig met elkaar en er klonk geroep vanaf het plein. Cara voelde aan haar water dat er iets mis was. Met een lichte pas liep ze zo snel als ze kon naar het plein. Verbijsterd staarde ze naar de menigte. De dorpelingen wezen een schuldige aan, iemand die het gedaan zou moeten hebben. Cara rende voort, de kap van de mantel die ze al die tijd op had gehouden waaide af. Ogmios stond met de bijl geheven in zijn handen op het plein. Alfred. Het was Alfred die ze aangewezen hadden als schuldige. Haar schoenen tikte op de stenen terwijl ze voort rende. Alfred kon toch onmogelijk een weerwolf zijn? Daar is hij wellicht toch veel te klein en iel voor? Ze wist niet of het waar was, wat ze dacht, dat weerwolven altijd grote, brede mensen waren en niet iel konden zijn. Desondanks kon ze niet geloven dat Alfred een wolf was.

Ogmios begon zijn bijl naar beneden te zwaaien, richting de nek van Alfred.

Cara wilde gillen, maar er kwam geen geluid uit haar keel. Ze stak haar hand uit richting Alfred. En toen kwam de bijl neer. Ze sloot haar ogen, ze wilde niet zien hoe iemand, weerwolf of niet, vermoord werd. Een schok ging er door haar heen toen ze hoorde dat de bijl zijn doel geraakt had. Nu was Alfred dood. Verbleekt stond ze daar, een traan rolde over haar wang. Ze had weinig op met Alfred, kende hem nauwelijks, maar ze kon het er niet mee eens zijn dat de dorpelingen zomaar iemand als schuldige aanwezen, zonder enig bewijs, en gelijk maar vermoordden. Ze kon niet geloven dat de nieuwbakken burgemeester dit toe liet, of misschien had hij niet gedurfd het tegen te houden.

Cara draaide zich om en staarde naar de grond, trok de kap terug over haar hoofd. Ze wilde niet dat iemand haar emotie zag. Langzaam liep ze terug naar de herberg. Een zwarte kat kwam haar tegemoet lopen. Het was Dorcha en ze nam hem in haar armen en knuffelde hem. Met haar staf duwde ze de deur van de herberg open en ging weer op haar plek zitten, Dorcha nog steeds in haar armen.

'Hij is dood. Ze hebben Alfred vermoord,' zei Cara tegen de katten, want Spotaí was op de tafel blijven liggen.

'Zonder enig bewijs,' ging ze verder, 'een schande dat het er hier zo aan toe gaat, werkelijk een schande!'

Dat gezegd te hebben zette ze Dorcha enigszins ruw op de tafel om op te staan en naar de bar te lopen, de zwarte kat keek haar na en mauwde verontwaardigd. Daar pakte ze een fles witte wijn en een glas. Terwijl ze naar haar tafel terugliep trok ze de kruk met haar tanden uit de fles en spuugde de kurk op haar tafel, die toen even rond stuiterde en op de grond viel. Ze ging weer zitten, schonk haar glas zo vol dat deze wat overliep en zette de fles met een lichte klap op tafel. Terwijl ze leeg voor zich uit staarde nam ze een grote slok wijn en zei niets meer.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Ogmios was razend. Niet zomaar razend, RAZEND. De weerwolven hadden zijn feestje verpest. En Ogmios in de weg staan, dat was oorlog. Oorlog met weerwolven, hij had het vaker gedaan, maar deze keer was anders. Dit was puur om persoonlijke redenen...

Hij wist al wie zijn eerste slachtoffer werd. Een man van wie je het niet zou verwachten, dankzij zijn beroep. Ach, schaapherder was een goede dekmantel. In ieder geval, de herder was niet de enige die zijn schapen telde. Het was Ogmios al vaker opgevallen dat telkens een dag of een paar dagen na volle maan, als Lochlar terugkwam, er een schaap verdween.

Ogmios ging naar huis en wachte zijn tijd af...

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Vol afschuw had Mayke de executie gadegeslagen. De arme ziel had zich amper kunnen verdedigen en het kwam Mayke toch wat ongerechtig over. Waarom Alfred? Alfred, die goeie, die lieverd? Het Waakfeest dat al zo verpest was, was nu helemaal vergald, voor de rest van haar leven.

De rest van de dag dwaalde Mayke door haar huisje heen, niet wetend wat ze doen moest. Tegen de avond was ze het zat en besloot naar de herberg te gaan. Snel plukte Mayke een bosje van de mooiste bloemen in haar achtertuintje en ging, via Alfreds huisje waar ze de bloemen op de drempel legde, naar de Herberg. Het was er nog niet heel druk, maar misschien dat ze hier haar gedachten kon verzetten.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Boven, achter een raam van een woning, keek Bella toe. De klerk, -Alfred heette hij?- stond op het punt om geëxecuteerd te worden.

Die grote, verwilderde kerel stond klaar met zijn bijl, triest genoeg keek het hele dorp toe.

Alfred... Dat schriele mannetje kon onmogelijk een weerwolf zijn... Al kan uiterlijk natuurlijk bedriegen. De aangestelde beul, daarentegen, had meer weg van een weerwolf. Bloeddorstig leek hij... Maar weer, uiterlijke schijn?

De stotterende, hakkelende klerk, die altijd deed wat hem werd opgedragen, een weerwolf?

Bella had hem nooit echt gesproken. De momenten dat ze in zijn buurt was geweest had hij vaag zitten staren, hij keek Bella altijd een beetje raar aan... Die blik kon ze niet thuis brengen.

Of was hij toch een weerwolf? Zou dat duidelijk worden na zijn dood?

Bella draaide zich om en stapte richting de ladder naar beneden.

Ze hoorde een vlugge zwiep, gevolgd door een klap. Gegil en gejuich klonk van buiten...

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

# GM note: ziener en weerwolven hebben hun keuze gemaakt. Dan is nu de heks aan de beurt, en die heeft tot morgen (donderdag) 11:00 u de tijd te beslissen over leven en/of dood.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

[out of character]

Er zijn nog 10 mensen in het spel, waarvan 3 weerwolven, 1 ziener en 1 heks. Wie zijn er verdacht? Ik zit nu op Bram en Cara. Bram, omdat hij de burgemeester is maar niet zoveel initiatief neemt, hij is erg afwachtend... Cara, profileert zich juist erg, speelt met zilveren munten, ziet dingen, heeft het over drankjes, heeft katten. Het lijkt me sterk dat ze de heks of de ziener is...[/]

"Therea," zei Asa, toen ze samen in de herberg waren en het even niet zo druk was. "kunnen we nog iemand vertrouwen? Ik bedoel... jij bent geen weerwolf toch? En Mara vast ook niet." Dat kon gewoon niet, ze kende die twee zo goed, ze kon zich hen niet als weerwolven voorstellen. "En Lochlar, die is altijd met zijn schapen bezig, hij kan gewoon geen weerwolf zijn. Maar van de rest..." Ze keek de ander aarzelend aan. "Ik vertrouw niemand meer. Ze kunnen ons toch niet allemaal opeten?!"

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

[out of character]

Ik heb een sterk vermoeden dat Archie, MC en tucker de weerwolven zijn...

Ga maar na, ze hebben, niet zoals de rest, op elkaar gestemd voor burgemeester, en ze hebben alledrie op Minifan gestemd, iets wat niemand anders heeft gedaan.

[/]

Ogmios was op jacht, en zijn tegenstanders wisten het ook. Ze zullen de bevolking tegen hem opstoken, hem zelf proberen aan te vallen... Laat ze maar komen, dan haal ik alle weer uit hun wolf, dacht Ogmios. Het was voor hem veiliger om onder de mensen te blijven, maar hij vocht liever openlijk...

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

[meta]

In haar hutje verscholen in het bos roerde het oude vrouwtje in haar ketel, gevuld met een ondefinieerbare substantie met hier en daar wat herkenbare stukjes. Het was vroeg in de ochtend maar nog duister, het ideale moment voor het stoken van ambachtelijke soep. Een klein lachje krulde zich over haar gerimpelde gelaat toen een wezen zich langs haar been vleide. Het oude vrouwtje was niet zo van dieren maar één vervaarlijk bosbeest had haar hart weten te veroveren. Een lenige kater. 'Ah... ben je weer in het dorp geweest Poekie?' Ze pakte het beest op en gaf het stevige knuffel, gevolgd door enig gekermd gemiauw van het arme beestje. 'Wat is dat daar op je pootjes? Kruimels?'

Bram deed zijn vaste ronde die hij op zich had genomen, om te controleren of alles goed ging in het dorp. Overal klopte hij even aan met een kort 'alles goed?'. Het klonk bijna als een grom, maar zo was Bram. Vroeg in de morgen klopte hij aan bij het bakkerswinkeltje aan het plein, naast de herberg. Geen reactie. Hij klopte nogmaals, harder dit keer. Wederom niets. Hij duwde tegen de deur aan die vanzelf openging. 'Hier klopt iets niet' dacht hij. Binnen in het winkeltje stonden alle taarten netjes op de toonbank, en op de etalage. Mayke had veel taarten over aangezien het feest niet door was gegaan, en was maar weer brood gaan bakken. Bram liep achter de toonbank langs en de trap op. De slaapkamer was één grote bende, het beddengoed gescheurd en bebloed. Ook van Mayke was weinig meer over. Het leek wel alsof de weerwolven honger hadden gehad en zich daarom maar vergrepen hadden aan de gezellig dikke bakkerin. Taarten hoefden ze niet maar de bakster hadden ze zich goed doen smaken. Gebak en slagroom, het zij hen niets, maar een mals stukje mensenvlees konden ze niet weerstaan. En meer van dat. Bram spoedde zich naar buiten richting de herberg, om de mensen te vragen of ze misschien wat hadden gezien of gemerkt vannacht. Het zou al spoedig ochtend worden, de mensen werden wakker en ontdekten wat er gebeurd was...

GM mededelingen

Mayke (Joëlle) is opgegeten. Zij was Burger.

Er zijn nu nog 10 spelers over, waarvan drie weerwolven...

Dan is er nu weer een stemmingsronde. Jullie hebben tot morgenmiddag (vrijdag) 17:00 u de tijd om te overleggen, te discussiëren en te stemmen. Stemmen het liefst per PM.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

[OOC]We hebben trouwens ook nog een jager, Pinkeltje.

Ik wil ook even mededelen dat ik weg ben dit weekend. Ik ga morgenmiddag tot en met zondag kamperen met een vriendin en zal dus niet kunnen posten. Zondagmiddag zal ik pas weer terug zijn.[/OOC]

Laat in de avond dronk Cara de laatste slok uit de fles wijn. Met moeite friemelde ze de zilveren munt uit haar zak en legde die met een klap op tafel ter betaling. Ze lachte zachtjes als een boer met kiespijn; de drank was naar haar hoofd gestegen en was wat aangeschoten. Starend naar het plafond leunde ze achterover en viel in een diepe slaap.

De volgende ochtend werd ze wakker van de onrust. Ze knipperden met haar ogen tegen het felle zonlicht dat door de ramen viel. Buiten hoorde ze gillen, ze onderscheidde de woorden 'bakkerin', 'Mayke', 'weerwolf' en 'taart'. Cara legde een hand tegen haar voorhoofd. Ze had een flinke hoofdpijn en was wat duizelig van de drank. 'Taart, dat vind ik eigenlijk wel een goed idee,' zei ze zachtjes, 'daar heb ik wel zin in.'

Nog bijna slapend stond ze op, pakte haar staf en liep rustig naar buiten zodat ze zou struikelen door de duizeligheid.

Op straat was het rumoerig. Cara vroeg zich af waarom. Ze probeerde na te denken maar haar hoofd deed te veel pijn, dus liep ze maar verder naar de bakkerswinkel. Toen ze daar aankwam, zag ze hoe druk het was. 'Jemig, willen we ineens allemáál taart ofzo... Mayke is wel goed bezig vandaag,' mompelde ze terwijl ze wat naar voren drong. Ze wist het etalageraam te bereiken en keek naar binnen. Ineens drong het tot haar door toen ze, over de lekkere taarten in het raam, naar de vloer van de winkel staarde. Mayke was helemaal niet bezig met een speciale taart of iets dergelijks. De weerwolven hadden wederom toegeslagen. Cara moest zich inhouden om niet te kokhalzen en rende de straat uit, terug naar de herberg. In haar haast struikelde ze bijna over haar voeten en viel bijna de herberg binnen waar ze snel om een koud glas water vroeg en dat in één keer achterover sloeg. Tegen de kater, maar vooral tegen de schrik.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

×

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid