Spring naar bijdragen

Aanbevolen berichten

3 minuten geleden zei Desid:

Wat wel verschilt met het geval van de blinde man is dat Jezus 'Ik ben' zegt over een verleden tijd.

Een verleden tijd klopt met het idee van tijd; wat eerder was, kan niet nu zijn of over een week pas komen.

Maar de eeuwige boodschap is dat Hij is.

En wanneer 'Hij is' in ons, is het; Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven.

Zo wist Joh. de Doper; Hij die voor mij was, zal na mij komen. Het tijdelijke erkent de eeuwige in zichzelf; ''Ik in hen, en Gij in Mij.''

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
16 minuten geleden zei Desid:

Wat wel verschilt met het geval van de blinde man is dat Jezus 'Ik ben' zegt over een verleden tijd.

Verleden tijd? 🤔

Op https://biblehub.com/text/john/8-58.htm staat achter het woord 'eimi' de afkorting V-PIA-1S. Dat gaat om de grammatica en staat voor Verb - Present Indicative Active - 1st Person Singular. Vertaald: Werkwoord - Tegenwoordige tijd Aantonende wijs Actief - Eerste persoon enkelvoud.

Bron: https://biblehub.com/grammar/greek.htm

Die tegenwoordige tijd is m.i. nou juist zo significant. Het contrast tussen Abraham, hun voorvader naar het vlees (en dat in tig generaties) en de Heer die het juist zó zegt.

'Voordat Abraham werd/ontstond, Ik ben.'

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
6 minuten geleden zei Bastiaan73:

Verleden tijd? 🤔

Op https://biblehub.com/text/john/8-58.htm staat achter het woord 'eimi' de afkorting V-PIA-1S. Dat gaat om de grammatica en staat voor Verb - Present Indicative Active - 1st Person Singular. Vertaald: Werkwoord - Tegenwoordige tijd Aantonende wijs Actief - Eerste persoon enkelvoud.

Bron: https://biblehub.com/grammar/greek.htm

Die tegenwoordige tijd is m.i. nou juist zo significant. Het contrast tussen Abraham, hun voorvader naar het vlees (en dat in tig generaties) en de Heer die het juist zó zegt.

'Voordat Abraham werd/ontstond, Ik ben.'

Maar dat zeg ik toch? Jezus zegt 'Ik ben' over een tijd vóór Abraham, waar je dus 'Ik was' zou verwachten.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
1 minuut geleden zei Desid:

Maar dat zeg ik toch? Jezus zegt 'Ik ben' over een tijd vóór Abraham, waar je dus 'Ik was' zou verwachten.

O okee. Dan begreep ik je verkeerd.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
2 uur geleden zei Desid:

Maar dat zeg ik toch? Jezus zegt 'Ik ben' over een tijd vóór Abraham, waar je dus 'Ik was' zou verwachten.

Nu beperk je God tot tijd, hij staat daar boven daarom is 'ik ben' correct, juist dit gegeven toont aan de almachtige God.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei Thinkfree:

Nu beperk je God tot tijd, hij staat daar boven daarom is 'ik ben' correct, juist dit gegeven toont aan de almachtige God.

Welnee, wat een flauwekul. Jezus claimt (volgens Johannes, want in werkelijkheid heeft Jezus dit natuurlijk nooit gezegd) dat Hij deel heeft aan het eeuwige leven. Daarom kan Hij zeggen dat Hij ook in de tijd voor Abraham 'is'.

 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

De nieuwe hemel en de nieuwe aarde

Citaat

 

Openbaring 21:1 En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.

 

Nadat hij het voltooide Oordeel, de straf van de goddelozen en de vernietiging van de bron van het kwaad zelf heeft gezien, ontvangt Johannes een nieuw visioen. Hij ziet de gelukzaligheid van de gerechtvaardigden. De droom van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde had diepe wortels in het Joodse wereldbeschouwing. Deze beelden zijn gebaseerd op de profetische beloften van Jesaja:

Jesaja 65:17 Want zie, Ik schep een nieuwe hemel

          en een nieuwe aarde.

Aan de vorige dingen zal niet meer gedacht worden,

          ze zullen niet meer opkomen in het hart.

“Zo dan, - schrijft zalige Augustinus, - door die wereldse verbranding, gelijk ik gezegd heb, zullende de hoedanigheden van de verderfelijke elementen, die overeenkomen met, onze verderfelijke lichamen, geheel door verbranding teniet gaan. En haar wezen zal dan zodanige hoedanigheden hebben, welke door een wonderlijke verandering met de onsterfelijke lichamen zullen overeenkomen, zodat de wereld, tot beter vernieuwd zijnde, bekwaam zal gestekt worden voor die mensen, die zelfs ook in het vlees tot beter vernieuwd zijn.” Bron.

Citaat

Openbaring 21:2 En ik, Johannes, zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is.

De tweede levensdroom van de profeten is van een nieuw Jeruzalem, de heilige stad. " Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde ..." - En dan vervolgt de profeet Jesaja:

Jesaja 65:18 Maar wees vrolijk en verheug u tot in eeuwigheid

          in wat Ik schep,

want zie, Ik schep Jeruzalem een vreugde

          en zijn volk blijdschap.

19. En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem

          en vrolijk zijn over Mijn volk.

Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden,

          of een stem van geschreeuw.

De nieuwe wereld en het nieuwe Jeruzalem zijn bijbelse concepten die onafscheidelijk van elkaar zijn. Deze eenheid van de twee concepten wordt bewaard in het boek Openbaring, dat duidelijk gebaseerd is op de profetie van Jesaja. Het geeft de stad Jeruzalem een kosmische betekenis. Jeruzalem is een beeld, een metafoor voor de essentie van de nieuwe wereld. Dus het nieuwe Jeruzalem, de "heilige stad", daalt uit de hemel neer. Dit mysterieuze beeld heeft ook haar wortels in de Joodse apocalyptiek (bv. 4 Ezra 10: 54-55). Het werd ook overgenomen door de vroege christenen, bijvoorbeeld de apostel Paulus in de brief aan de Galaten (Gal. 4:26) of in de brief aan de Hebreeën (Heb. 12:22).

In de visioen van Johannes wordt de schoonheid van Nieuw Jeruzalem afgebeeld als de schoonheid van een bruid. Dit beeld van de bruid mag echter niet worden verward met het vaak genoemde beeld van de Kerk als de bruid van het Lam. Nieuw Jeruzalem is niet de Kerk, maar de woonplaats van de Kerk. En het beeld van de bruid is weer ontleend aan de profeet Jesaja:

Jesaja 61:10 Hij heeft mij bekleed met de klederen van het heil,

          de mantel van gerechtigheid heeft Hij mij omgedaan,

zoals een bruidegom zich bekleedt met priesterlijk hoofdsieraad,

          en een bruid zich tooit met haar sieraden.

De profeet beschrijft heel levendig het vernieuwde Jeruzalem, dat versierd is als een bruid:

Jesaja 54:11 U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste,

zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit,

          Ik zal u grondvesten op saffieren,

12. uw torens maken van kristal,

          uw poorten van robijn,

heel uw omwalling van edelsteen.

Deze en andere, nog helderdere kleuren zullen we zien in de verdere beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem in Openbaring.

Deze geloof en hoop werden weerspiegeld in oude profetische beeldspraken. Zelfs toen Jeruzalem van de aardbodem werd weggevaagd, verloren de Joden nooit de hoop dat God het zou herstellen. Het is waar dat ze hun dromen in materiële beelden uitdrukten, maar dit zijn slechts symbolen van het geloof en hoop op de eeuwige gelukzaligheid. Hetzelfde geloof, samen met de beelden ervan, was van de Joden overgedragen naar de Kerk van Christus, die dan alle volkeren van de aarde verenigt.

In deze video is de samenvatting van hoofdstukken 20,21,22 te zien. Hier heeft Jeruzalem een vorm van de kubus, maar het kan ook een vorm van piramide of de tent hebben.

 

bewerkt door Modestus

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Citaat

 

Openbaring 21:3 En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.

4. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan.

 

Johannes hoort nu de stem van een zekere hogere engel, die het Nieuwe Jeruzalem de tent of tabernakel noemt. Meer specifiek spreekt de uitdrukking "de tent van God bij de mensen" over het universalisme van Nieuw Jeruzalem. Het Oude Testament kent zo'n uitdrukking niet. De tabernakel, waarin God op aarde verbleef, is het beeld van Gods aanwezigheid bij Israël, en niet bij mensen in het algemeen. Met andere woorden, in Openbaring wordt zelfs in zulke ogenschijnlijk onopvallende details het nationale karakter van de oudtestamentische religie overstegen. Het geloof gaat uit naar de hele wereld van alle mensen.

Maar bedenk wat de "tent / skiní"  is. Dit woord is Grieks. Het betekent een tent, een kampeertent, maar in het bijbelse woordenboek heeft het al lang de betekenis van het tijdelijk verblijf verloren. Aanvankelijk was de tent van de samenkomst, of de tabernakel, een tent in de woestijn, die diende als prototype van de toekomstige tempel. God verbleef in deze tent en vergezelde het volk van Israël tijdens zijn reis door de woestijn. Na verloop van tijd werd de tabernakel een symbool van Gods aanwezigheid, nabijheid en hulp. Maar het woord tent heeft nog een belangrijke connotatie. In haar klank lijkt dit Griekse woord op een geheel andere Hebreeuwse woord ‘shekhinah / שכינה‎ -‘ de Gods glorie, de uitstraling van de aanwezigheid van God. Geluidsgelijkenis (skiní-shekhínah) leidde ertoe dat mensen niet aan de één konden denken zonder de andere. Met andere woorden, te zeggen dat de tabernakel, de tent van God, onder de mensen zal zijn, betekende hetzelfde dat de sjekinah van God, de heerlijkheid van God, bij de mensen zal zijn. In het Oude Testament verschijnt de sjekinah van tijd tot tijd als een uitstraling, als een lichtgevende wolk die kwam en ging. Zo lezen we bijvoorbeeld over de wolk die het heiligdom vulde bij de inwijding van de tempel van Salomo: ‘En het gebeurde, toen de priesters uit het heiligdom gingen, dat de wolk het huis van de HEERE vervulde. Vanwege de wolk konden de priesters niet blijven staan om dienst te doen, want de heerlijkheid van de HEERE had het huis van de HEERE vervuld' (1 Koningen 8: 10-11). In Nieuw Jeruzalem zal de glorie van God niet van voorbijgaande aard zijn; zij zal voortdurend bij het volk van God blijven.

‘Zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn.' Deze formule van het verbond wordt in het hele Oude Testament herhaald, maar vindt zijn oorsprong in het boek Leviticus: "Ik zal Mijn tabernakel in uw midden plaatsen... Ik zal in uw midden wandelen. Ik zal u tot een God zijn en u zult Mij tot een volk zijn" (Lev. 26: 11-12). Hetzelfde lezen we ook bij de profeet Jeremia: ‘Ik zal hun tot een God zijn en zíj zullen Mij tot een volk zijn" (Jer. 31:33), en Ezechiël: "Mijn tabernakel zal bij hen zijn, Ik zal een God voor hen zijn en zíj zullen een volk voor Mij zijn” (Ezech. 37:27).

Deze eenheid met God in de komende eeuw brengt vreugde en gelukzaligheid met zich mee. Tranen, verdriet, gehuil en pijn gaan over. Ook de profeten uit de oudheid droomden hiervan. Daarom schrijft Jesaja vaak hierover:

Jesaja 35:10 Want wie door de HEERE zijn vrijgekocht, zullen terugkeren;

zij zullen Sion binnenkomen met gejuich.

          Eeuwige blijdschap zal op hun hoofd zijn,

vreugde en blijdschap zullen zij verkrijgen,

          verdriet en gezucht zullen wegvluchten.

Jesaja 65:19 En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem

          en vrolijk zijn over Mijn volk.

Geen stem van geween zal erin meer gehoord worden,

          of een stem van geschreeuw.

Jesaja 25:8 Hij zal de dood voor altijd verslinden,

de Heere HEERE zal de tranen van alle gezichten afwissen

en de smaad van Zijn volk wegnemen van heel de aarde,

          want de HEERE heeft gesproken. 

 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Op 3-5-2020 om 00:11 zei Bastiaan73:

Nou dan komt 'ie nog een keertje:

Het is geen Nederlands. Het kan er letterlijk zo staan, maar het past niet in de situatie, dus kan je het niet letterlijk zo vertalen. En dat doen de meeste, niet op de SV gebaseerde, moderne vertalingen dan ook. En dan heb je het probleem nog met de blinde man die precies hetzelfde zei, en die beslist God niet is. Trouwens ‘Ik ben’ voor de Godsnaam kan je ook nog over discussiëren of dat de lading dekt.
 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Citaat

 

Openbaring 21:5 En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar.

6. En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.

 

En voor het eerst in het apocalyptische deel van hoofdstuk 4 tot hoofdstuk 22 spreekt God (de Vader) zelf. Dit versterkt het belang van de woorden die nu zullen worden gesproken. God wordt weer de "Zittende op de troon" genoemd. Hij is God die helemaal opnieuw kan creëren. En hier lezen we keer op keer de herhaling van de woorden van de profeet Jesaja. Het is in zijn visioenen en profetieën dat God zei:

Jesaja 43:18 Denk niet aan de dingen van vroeger,

          let niet op de dingen van het verleden.

19. Zie, Ik maak iets nieuws.

De apostel Paulus getuigt: "Hij die in Christus is, is een nieuw schepsel" (2 Kor. 5:17). God kan de mens scheppen en herscheppen, en op een dag zal hij een nieuwe kosmos en universum scheppen voor de heiligen aan wie Hij het nieuw leven gaf.

"Schrijf!" Het bevel om op te schrijven wat hij zag en hoorde werd al aan het begin van de Apocalyps aan Johannes gegeven. Nu voltooit dezelfde opdracht het boek. Wat Johannes hoorde moet worden opgeschreven en onthouden, ‘want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’, daarop kan men vertrouwen. Hier hebben we het natuurlijk over de belofte van de nieuwe schepping. Het zal zijn, en het is net zo waarachtig als de eerste schepping.

‘Het is geschied!' Deze woorden zijn dus “uitgekomen, vervuld", de getrouwe en waarachtige woorden die zojuist werden uitgesproken, woorden over de nieuwe schepping. God zelf verkondigt de vervulling van de belofte de nieuwe wereld te scheppen. De betrouwbaarheid hiervan wordt gegarandeerd door de essentie van God als het begin en de voleinding van het hele bestaan. Daarom klinkt de overeenkomstige naam van God. De tweede keer na het eerste hoofdstuk noemt God zichzelf zo. Toen noemde God zichzelf “Alfa en Omega” (1: 8). Nu - "Alfa en Omega, het Begin en het Einde." Deze namen gaan allemaal teruggaan naar de grote Naam van God, geopenbaard aan Mozes in de niet-verbrandende braamstruik (Exodus 3:14). Alpha is de eerste letter van het Griekse alfabet, omega is de laatste. En deze aanduiding van God wordt versterkt door de uitleg: God is het "begin en einde". 'Begin' (Archí) betekent natuurlijk niet een begin in de tijd, maar dat God de bron van alle dingen is. 'Einde' (Télos) betekent ook niet zozeer een einde in de tijd, maar het doel, de ultieme oorzaak. God is het begin van alles en het doel van alles. Hetzelfde idee bracht de apostel Paulus tot uitdrukking in een prachtige filosofische aforisme: "Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen" (Rom. 11:36).

Het is onmogelijk om iets magnifiekers over God te zeggen. Op het eerste gezicht lijkt het misschien dat deze grootheid God zo veel van ons verwijdert is, dat we voor Hem niets meer zijn dan kleine, onbeduidende, nietige insecten. Maar zo is het niet! God stelt al zijn grootheid ter beschikking van de mens. "Want zo heeft God de wereld liefgehad dat hij zijn Eniggeboren Zoon gegeven heeft" (Johannes 3:16). God verbond zich met mensen. En zo schrijft de dichter Gavriíl Románovich Derzhávin in zijn grote ode over de onbegrijpelijke grootheid van God:

De Geest die overal en één is,

Wie geen plaats en oorzaak kent,

Wie niemand kon bevatten

Die alles met zichzelf vervult,

Omvat, schept en beschermt,

Hij, wie we noemen: God.

Het meten van de diepe oceanen,

Het tellen van de zandkorrels en de stralen van planeten,

Hoewel een grote geest dat zou kunnen, -

Voor U zijn geen maten en getallen!

Maar - zie eens! - dankzij de eenheid van God met de mensen durft dezelfde Derzhavin over zichzelf uit te roepen: "Ik ben een koning - ik ben een slaaf - ik ben een worm - ik ben een god!" Wat kan een mens voor deze genade teruggeven? Enkel en alleen de dankzegging:

Maar als men moet U prijzen,

Onmogelijk is het voor zwakken, stervelingen

Om U met iets anders te begrijpen,

Dan alleen daarmee naar U op te stijgen,

En in onmetelijke vreugde dwalend

In dankbaarheid de tranen te vergieten.

(Gedicht vertaald uit het Russisch met kleine veranderingen om de rijm zoveel mogelijk over te brengen).

Ooit sprak ik via internet met een vrijmetselaar over hun idee en streven naar de Nieuwe Wereldorde en controle. Hij legde mij uit dat zoals een auto een complexe en ingewikkelde machine is, zo moet ook de wereld één complexe eenheid vormen om zelfvernietigende oorlogen te voorkomen. Maar in de Openbaring zien we dat wij als christenen ons eigen alternatief van de ‘Nieuwe Wereldorde’ hebben, namelijk diegene, die van God de Schepper zelf is.

440px-%D0%90%D0%BF%D0%BE%D0%BA%D0%B0%D0% 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Op 3-5-2020 om 11:00 zei Desid:

De drie-eenheid heeft weinig met het evJoh te maken, dus daar gaat het niet om. Wat wel verschilt met het geval van de blinde man is dat Jezus 'Ik ben' zegt over een verleden tijd.

Nou, dan is: ‘voordat Abraham er was, was ik er al’ toch een prima vertaling, zoals de meeste moderne vertalingen dat doen.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
8 minuten geleden zei sjako:

Het is geen Nederlands. Het kan er letterlijk zo staan, maar het past niet in de situatie, dus kan je het niet letterlijk zo vertalen. En dat doen de meeste, niet op de SV gebaseerde, moderne vertalingen dan ook. En dan heb je het probleem nog met de blinde man die precies hetzelfde zei, en die beslist God niet is. Trouwens ‘Ik ben’ voor de Godsnaam kan je ook nog over discussiëren of dat de lading dekt.

Je snapt het tijdloze/tijdoverstijgende aspect niet. Het zij zo.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Zojuist zei Bastiaan73:

Je snapt het tijdloze/tijdoverstijgende aspect niet. Het zij zo.

De meeste moderne wetenschappers dan ook niet, dus ben in goed gezelschap. Het is gewoon een mislukte poging om de Drieeenheid te ‘bewijzen‘. 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
12 minuten geleden zei sjako:

De meeste moderne wetenschappers dan ook niet, dus ben in goed gezelschap. Het is gewoon een mislukte poging om de Drieeenheid te ‘bewijzen‘. 

De enige die het in dit topic over een drie-eenheid heeft ben jij.

Tijd is een onderdeel van de schepping en een dimensie. Realiseer je je dat?

Johannes 1:3 in de NWV:

Alles is via hem ontstaan, en zonder hem is er helemaal niets ontstaan.

Onder 'alles' valt dus ook 'tijd'.

bewerkt door Bastiaan73

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
17 minuten geleden zei sjako:

Nou, dan is: ‘voordat Abraham er was, was ik er al’ toch een prima vertaling, zoals de meeste moderne vertalingen dat doen.

Nee, want er staat 'Ik ben'. Moderne vertalingen doen het als volgt:

NBG 1951: Eer Abraham was, ben Ik. 

GNB: voordat Abraham er was, was ik er: ik ben.

WV: van voordat Abraham werd geboren, ben Ik.

NBV: van voordat Abraham er was, ben ik er.

BGT: Ik ben er, en ik was er al voordat Abraham er was.

Ze vertalen dus allemaal 'ik ben'. Alleen GNB en BGT voegen 'ik was' toe, maar dat hangt samen met de vertaalmethode.

 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
36 minuten geleden zei Desid:
57 minuten geleden zei sjako:

Nou, dan is: ‘voordat Abraham er was, was ik er al’ toch een prima vertaling, zoals de meeste moderne vertalingen dat doen.

Nee, want er staat 'Ik ben'. Moderne vertalingen doen het als volgt:

NBG 1951: Eer Abraham was, ben Ik. 

GNB: voordat Abraham er was, was ik er: ik ben.

WV: van voordat Abraham werd geboren, ben Ik.

NBV: van voordat Abraham er was, ben ik er.

BGT: Ik ben er, en ik was er al voordat Abraham er was.

Ze vertalen dus allemaal 'ik ben'. Alleen GNB en BGT voegen 'ik was' toe, maar dat hangt samen met de vertaalmethode.

Op 2-5-2020 om 18:37 zei Bastiaan73:
Op 2-5-2020 om 18:18 zei sjako:

Je ziet het ook in geen enkele moderne vertaling.

Jawel.

BasisBijbel:

58 Jezus zei tegen hen: "Luister goed! Vóór Abraham er was, BEN IK."

Het Boek:

58 ‘Het is zoals Ik zeg,’ antwoordde Jezus. ‘Ik ben, al van voordat Abraham werd geboren.’

Naardense Bijbel:

58

Jezus zegt tot hen:
amen, amen, ik zeg u:
van éér Abraham geboren werd
ben ík!

Willibrordvertaling 1995:

58 Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, Ik verzeker u: van voordat Abraham werd geboren, ben Ik.’

@sjako jouw woorden heb ik even vet gemaakt. Desid en ik hebben aangetoond dat de meeste moderne vertalingen dus niet doen wat jij beweert. Of anders geformuleerd: dat deze moderne vertalingen wél het 'Ik ben' laten zien. Als je dat niet inziet/toegeeft heb je dus nog steeds een behoorlijk dikke plaat voor je hoofd. Sterker nog: dan ben je blind.

bewerkt door Bastiaan73

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei Bastiaan73:

Alles is via hem ontstaan, en zonder hem is er helemaal niets ontstaan.

Als Meesterwerker met de geest van Zijn Vader ja. Alles is geschapen via Jezus idd. Maar uiteindelijk komt alle kracht en ook Jezus zelf van de Vader af, zoals Jezus zelf zegt 'de enige ware God'.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
Citaat

 

Openbaring 21:6 En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens.

7. Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.

8. Maar wat betreft de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars: hun deel is in de poel die van vuur en zwavel brandt. Dit is de tweede dood.

 

Het vijfde vers wordt gevolgd door de vermanende deel van Gods toespraak. De door Jesaja gegeven belofte wordt vervuld: „O, alle dorstigen, kom tot de wateren”(Jes. 55: 1). 'Dorstigen' zijn de gelovigen op aarde die verlangen naar leven in de nieuwe wereld. Gelukzaligheid is in praktijk niet voor iedereen, maar alleen voor degene die trouw blijft, zelfs als iedereen probeert hem daarvan af te wenden. De belofte aan de 'overwinnaar' aanvult de beloften, die in de hoofdstukken 2-3 de zeven profetieën voor de Klein-Aziatische kerken vergezelden. Christus overwon. En de gelovige die, net als Christus, alles tot het einde heeft doorstaan, wint ook. Aan hem geeft God de grootste belofte: "Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn." Dezelfde belofte, of heel soortgelijke, werd in het Oude Testament gegeven aan drie andere verschillende personen. Ten eerste aan Abraham: "Ik zal Mijn verbond maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u… om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u" (Genesis 17: 7). Ten tweede werd een dergelijke belofte gedaan aan de erfgenaam van koning David: ‘Ík zal hem tot een Vader zijn, en híj zal Mij tot een zoon zijn…' (2 Samuël 7:14). De derde belofte aan de afstammeling van David is vervat in de psalm, die altijd is geïnterpreteerd als de Messiaanse: "Ík zal hem tot een eerstgeboren zoon maken" (Ps. 89:28). Nu aan de "overwinnaar", dat wil zeggen de trouwe christen, geeft God diezelfde belofte die aan Abraham, de stichter van het volk; aan Salomo in de persoon van zijn vader David; en aan de Messias zelf werd gegeven.

Maar er zijn ook degenen, die veroordeeld zijn. ‘Lafhartige’ is degene die meer van gemak en comfort houdt dan van Christus, en die zich in een kritieke situatie schaamt om te laten zien wie hij is, wie hij dient: Christus of de wereld. Niet de angst wordt veroordeeld, want iedereen wordt wel eens bang. Hier wordt lafheid, als de bereidheid om voor eigen veiligheid van Christus af te wijken, veroordeeld. De ‘lafhartigen’ zijn de meelopers in de wereld van afgoderij. 'Ongelovigen' zijn degenen die het evangelie hebben afgewezen of het alleen mondeling hebben erkend, maar door hun leven hebben laten zien dat ze het niet accepteerden. ‘Verfoeilijken’, dat wil zeggen, verontreinigden - dit zijn degenen die zich hebben laten buigen voor de afgoden en idolen van deze wereld. 'Moordenaars' zijn onder andere degenen, die hebben deelgenomen aan de christenvervolgingen. ‘Ontuchtplegers’ zijn degenen die een immorele levensstijl leidden. Wat betreft tovenarij en magie, velen zijn bezig geweest met deze ontoelaatbare en afschuwelijke zaken. De stad Efeze was vol tovenaars. Handelingen 19:19 zegt dat na de preek van de apostel Paulus velen van de tovenaars verbrandden hun boeken. "Afgodendienaars" zijn degenen die valse goden aanbaden. "Leugenaars" is een veralgemening van al diegenen die op de lijst van vermaningen staan.

De passage 21: 1–8 is een proloog op een gedetailleerde beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem zelf, waaraan bijna het hele laatste deel van de Apocalyps is gewijd.

Getuigenis: voormalige priester van de satan's kerk bekeerde zich tot Jezus

 

Agioi_Kyprianos-Ioustina.jpg 

En hier is de icoon van de heilige bisschop-martelaar Kyprianós (Cyprian) en Iustína (Justina) (3de eeuw, Antiochië). Cyprian was aanvankelijk een grote magiër en in die zin satanist. Hij bekeerde zich tot Christus toen hij tot besef kwam dat er Iemand is die sterker is dan zijn meester (duivel). Dat gebeurde toen hij als zwarte magiër probeerde met zijn toverkunsten en hulp van de demonen Justina te verleiden voor ontucht. Zodra de vrome Justina het verlangen naar seks in zich voelde, ging ze vastend en biddend op de vloer liggen om door middel van de ascese weerstand te bieden aan de hartstocht. En door Gods genade slaagde ze erin. De demonen kwamen toen naar Cyprian terug en zeiden dat ze niks konden doen tegen de kracht van Christus de Gekruisigde. Nadat Cyprian de zwakheid van de duivel ontdekte, had hij van de wraakzuchtige satan veel moeten verduren totdat hij uiteindelijk al zijn tovenarij boeken verbrandde en christen werd en later zelfs bisschop. Als bisschop weidde hij Justina tot vrouwelijke diaken. Zo ontroerend konden de verhalen zijn van de eerste christenen. 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei Bastiaan73:

Totaal dus 9 moderne vertalingen die 'Ik ben' laten zien.

De uitdrukking ’Ik ben’ wordt daar als een titel of een naam gebruikt en in het Hebreeuws is dit het ene woord Ehjéh (אהיה). Jehovah God sprak daar tot Mozes en zond hem tot de kinderen Israëls. Wel, beweerde Jezus nu in Johannes 8:58 dat hij Jehovah God was? Volgens vele moderne bijbelvertalers niet, zoals de volgende aanhalingen zullen bewijzen: Moffatt: „Ik heb bestaan voordat Abraham werd geboren.” Schonfield en An American Translation: „Ik bestond voordat Abraham werd geboren.” Stage (Duits): „Voordat Abraham geworden is, was ik.”* Pfäfflin (Duits): „Voordat er een Abraham was, was ik er reeds!”* G. M. Lamsa, die uit de Syrische Pesjitta vertaalt, en de Leidsche Vertaling, zeggen beide: „Eer Abraham werd geboren, was ik.” Dr. J. Murdock, die ook uit de Syrische Peshitto Version vertaalde, zegt: „Voordat Abraham bestond, was ik.” De Braziliaanze Heilige Schrift, uitgegeven door het Katholieke Bijbelcentrum van São Paulo, zegt: „Eer Abraham bestond, bestond ik.” — 2de uitgave van 1960, Bíblia Sagrada, Editora „AVE MARIA” Ltda.*

Wij moeten er ook aan denken dat, toen Jezus zich tot deze joden richtte, hij in het Hebreeuws van zijn tijd sprak en niet in het Grieks. Hoe Jezus de woorden van Johannes 8:58 precies tot de joden heeft gesproken, wordt ons in de moderne vertalingen van Hebreeuwse geleerden die het Grieks in het Hebreeuws van de bijbel hebben vertaald, als volgt voorgesteld: Dr. F. Delitzsch: „Voordat Abraham was, ben ik geweest.”* I. Salkinson en D. Ginsburg: „Ik ben geweest toen er nog geen Abraham was geweest.”* In deze beide Hebreeuwse vertalingen gebruiken de vertalers voor de uitdrukking „ik ben geweest” twee Hebreeuwse woorden, een voornaamwoord en een werkwoord, namelijk aní hajíthi; zij bezigen niet het ene Hebreeuwse woord: Ehjéh. Wij kunnen hieruit dus niet opmaken dat Jezus in Johannes 8:58 Jehovah God trachtte te imiteren en ons de indruk wilde geven dat hijzelf Jehovah, de ’Ik ben’, was.

In welke taal schreef Johannes zijn verslag over het leven van Jezus Christus? In het Grieks, niet in het Hebreeuws, en in de Griekse tekst luidt de omstreden uitdrukking Egó eimi. Geheel op zichzelf staand, zonder enige voorafgaande inleiding, betekent Egó eimi „ik ben”. Nu komt deze uitdrukking Egó eimi ook in Johannes 8:24, 28 voor; in deze verzen geeft de Statenvertaling deze uitdrukking weer door „Ik die ben”, terwijl de Authorized of King James Version, de Douay Version en nog andere Engelse vertalingen dezelfde uitdrukking met „I am he” vertolken, waarbij de voornaamwoorden „die” en „he” cursief zijn gedrukt om aan te duiden dat deze woorden zijn toegevoegd of ingelast (KJ, AS, Yg). Maar hier in Johannes 8:58 geven deze vertalingen dezelfde uitdrukking niet weer door „Ik (die) ben” („I am he”), maar alleen door „Ik ben” („I am”). Zij willen ons blijkbaar het idee geven dat Jezus niet slechts naar zijn eigen bestaan verwees maar zichzelf, in nabootsing van Exodus 3:14, ook een titel gaf die aan Jehovah God toebehoort.*

Toen Johannes 8:58 geschreven werd, heeft de apostel niets uit de Griekse Septuaginta Vertaling — een voor de geboorte van Christus door Grieks sprekende joden uit Alexandrië in Egypte vervaardigde vertaling van de Hebreeuwse Geschriften — aangehaald. Laat een ieder die Grieks kan lezen Johannes 8:58 in het Grieks en Exodus 3:14 in de Griekse Septuaginta met elkaar vergelijken en men zal zien dat de Septuaginta in zijn weergave van Exodus 3:14 niet de uitdrukking Egó eimi voor Gods naam gebruikt, wanneer God tot Mozes zegt: „’Ik ben’ zendt mij tot u.” De Griekse Septuaginta gebruikt de uitdrukking hò Oon, hetgeen „De Zijnde” of „Degene die is” betekent. Dit feit komt duidelijk naar voren in Bagsters vertaling van de Griekse Septuaginta van Exodus 3:14, die luidt: „En God sprak tot Mozes, zeggende, Ik ben DE ZIJNDE [hò Oon]; en hij zei, Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen, DE ZIJNDE [hò Oon] heeft mij tot u gezonden.” Volgens Ch. Thomsons vertaling van de Griekse Septuaginta luidt Exodus 3:14: „God sprak tot Mozes zeggende, Ik ben De Ik Ben [hò Oon]. Bovendien zei hij, Aldus zult gij tot de kinderen Israëls zeggen, De Ik Ben [hò Oon] heeft mij tot u gezonden.”* Door dus deze twee Griekse teksten, die in de Septuaginta en die Johannes 8:58, met elkaar te vergelijken, verliezen de trinitariërs elke grond voor hun betoog dat Jezus in Johannes 8:58 probeerde Exodus 3:14 op zichzelf van toepassing te brengen, alsof hij Jehovah God was.

O ja, de Griekse uitdrukking hò Oon komt in de geschriften van de apostel Johannes ook voor. Wij vinden deze in de Griekse tekst van Johannes 1:18; 3:13 (SV, Lu, PC), 3:31; 6:46; 8:47; 12:17; 18:37, maar niet als een titel of naam, terwijl ze in vier van deze verzen niet op Jezus maar op andere personen van toepassing is. In de Openbaring of Apokalypse gebruikt de apostel Johannes de uitdrukking hò Oon echter vijf maal als een titel of aanduiding en wel in Openbaring 1:4, 8; 4:8; 11:17;16:5. In alle vijf gevallen wordt de uitdrukking hò Oon evenwel op Jehovah God de Almachtige toegepast en niet op het Lam Gods of het Woord Gods.

23 Openbaring 1:4, 8 luidt bijvoorbeeld: „Johannes aan de zeven gemeenten in Asia: genade zij u en vrede van Hem, die is [hò oon] en die was en die komt, en van de zeven geesten, die vóór zijn troon zijn.” „Ik ben de alpha en de oméga, zegt de Here God, die is [hò oon] en die was en die komt, de Almachtige.” Openbaring 4:8 past hò oon toe op de Here God Almachtig op zijn hemelse troon en Openbaring 5:6, 7 toont dat het Lam Gods pas later tot hem komt. Openbaring 11:17 past hò oon toe op de Here God Almachtig wanneer hij zijn macht opneemt om als koning te regeren. Openbaring 16:5 brengt hò oon van toepassing op de Here God wanneer hij als rechter optreedt. Aldus kan de geestelijkheid Johannes 8:58 niet langer gebruiken als een bewijs voor het bestaan van een „drieënige God”, want in dat vers zei Jezus slechts — zoals juist vertaald door dr. J. Moffatt, de Leidsche Vertaling en andere — dat hij een voormenselijk bestaan bij zijn Vader in de hemel had gehad en dat dit voormenselijke bestaan was begonnen, voordat Abraham werd geboren.

Bron: wachttoren 1962 15/12 blz. 746-747

Duidelijk verhaal lijkt me toch.

 

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Duidelijk verhaal om wat te verklaren? Sorry, ik begrijp er niets van.

Het Licht kwam tot het Zijne. Het Leven was het Licht der mensen.

Wij waren allen vóór Abraham; de Ik ben, is wat in ons uit de dood gewekt kan worden, door het Woord.

En het Woord is God, en God is Geest. Joh. 1 is m.i. duidelijk in de eenvoud ervan.

1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.

2 Dit was in den beginne bij God.

3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.

4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen.

5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet begrepen.

 

11 Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.

12 Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven;

13 Welke niet uit den bloede, noch uit den wil des vleses, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn.

 

bewerkt door thom

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
14 minuten geleden zei sjako:

De uitdrukking ’Ik ben’ (...) 

✂️

Bron: wachttoren 1962 15/12 blz. 746-747

Duidelijk verhaal lijkt me toch.

Ik vind dit duidelijker:

9 Jezus zeide tot hem: Ben Ik zolang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?

10 Gelooft gij niet, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken.

11 Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.

Johannes 14:9-11 NBG51

Maar de NWV heeft daar iets vaags bij verzonnen: het woordje 'eendracht'.

9  Jezus zei tegen hem: ‘Zelfs nu ik al zo lang bij jullie ben, heb je me nog niet leren kennen, Fili̱ppus? Wie mij heeft gezien, heeft ook de Vader gezien. Hoe kun je dan zeggen: “Laat ons de Vader zien”? 10  Geloof je niet dat ik in eendracht ben met de Vader en de Vader in eendracht is met mij? De dingen die ik tegen jullie zeg, spreek ik niet uit mezelf, maar het is het werk van de Vader, die in eendracht met mij blijft. 11  Geloof me dat ik in eendracht ben met de Vader en de Vader in eendracht is met mij. Geloof het anders op grond van het werk zelf.

Het woord 'eendracht' staat echter niet in de Griekse grondtekst.

Zie eventueel https://biblehub.com/text/john/14-10.htm

Volgens de NCV:

9 °Jezus zegt tot hem: "Zoveel tijd ben Ik met jullie en jullie hebben Mij niet gekend? Filippus! Die Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien! En hoe zeg je: 'Toon aan ons de Vader'? [Kol. 1:15]
10 Geloof jij niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De uitspraken die Ik tot jullie spreek, spreek Ik niet vanaf Mijzelf, maar de Vader, in Mij blijvend, Hij doet Zijn °werken. [Joh. 10:38]
11 Gelooft Mij dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is. Maar indien niet, gelooft in Mij vanwege de werken zelf. [Joh. 10:37,38]

Bron: http://www.schriftwoord.nl/bijbel/NT/Johannes/Johannes14.htm

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
33 minuten geleden zei sjako:

Duidelijk verhaal lijkt me toch.

Nou nee hoor. Duidelijk het verhaal van iemand die niet weet waar die over praat.

Het is alom erkend dat Johannes zinspeelt op Jesaja 43:10:

10 Mijn getuige zijn jullie – spreekt de HEER –,

mijn dienaar, die ik uitgekozen heb

opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen,

en zouden inzien dat ik het ben. (ὅτι ἐγώ εἰμι)

Vóór mij is er geen god gevormd,

en na mij zal er geen zijn.

11Ik, ík ben de HEER!

Buiten mij is er niemand die redt.

12 Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht,

jullie hoorden het van mij, niet van een vreemde.

Jullie zijn mijn getuige – spreekt de HEER –,

dat ik werkelijk God ben

13 en dat ik blijf wat ik ben.

Niemand kan zich aan mijn macht onttrekken.

Wat mijn hand doet, wie maakt het ongedaan?

 

Je mag dan nog niet de snelle conclusie trekken dat Jezus zich als God benoemt. Maar dat er sprake is van een zinspeling op teksten als Jes. 43:10 is erg waarschijnlijk. En dan kun je een analogie trekken: zoals God zich als de enige ware voor Israël presenteert, zo presenteert Jezus zich als de enige ware Gezondene, de eeuwige Verlosser.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
1 uur geleden zei Bastiaan73:

Het woord 'eendracht' staat echter niet in de Griekse grondtekst.

Maar dat is wel wat er wordt bedoeld, gezien de context. Christenen moeten één zijn zoals ook de Vader en Christus één zijn. We kunnen geen miljoeneenheid vormen, dus moet het wel één zijn in doel etc, dus in eendracht.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites
10 minuten geleden zei sjako:

Maar dat is wel wat er wordt bedoeld, gezien de context. Christenen moeten één zijn zoals ook de Vader en Christus één zijn. We kunnen geen miljoeneenheid vormen, dus moet het wel één zijn in doel etc, dus in eendracht.

'zoals ook de Vader en Christus één zijn' typ je hier. Zie je het zelf ook? 

Hebreeën 1:

1 Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon,

2 Die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft.

Deze, de afstraling Zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, Die alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge,

4 Zoveel machtiger geworden dan de engelen, als Hij uitnemender naam boven hen als erfdeel ontvangen heeft.

Deel dit bericht


Link naar bericht
Deel via andere websites

Maak een account aan of meld je aan om een opmerking te plaatsen

Je moet lid zijn om een opmerking achter te kunnen laten

Account aanmaken

Maak een account aan in onze gemeenschap. Het is makkelijk!

Registreer een nieuw account

Aanmelden

Ben je al lid? Meld je hier aan.

Nu aanmelden

×

Belangrijke informatie

We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat. Lees ook onze Gebruiksvoorwaarden en Privacybeleid